
Woensdag 24 juni debatteerde de Tweede Kamer over de stijgende tarieven van dierenartsen door het opkopen van dierenartsenpraktijken. Aanleiding was de uitvoeringsagenda die staatssecretaris Erkens eerder deze maand publiceerde als reactie op het ACM-rapport over de veterinaire markt. Veel lof voor de hardwerkende mensen in onze sector. Fijn. Maar laten we niet te snel juichen, want tegelijkertijd liggen er vijftien moties op tafel die verregaande gevolgen kunnen hebben voor hoe wij ons vak uitoefenen en wat wij mogen verdienen.
De dierenarts is niet “de schuldige”
Het meest opvallende aan dit debat was hoe breed de Kamer zich uitsprak voor onze beroepsgroep. BBB-Kamerlid Van der Plas diende een aparte motie in die uitspreekt dat de dierenarts in de spreekkamer niet tot zondebok mag worden gemaakt voor de stijgende kosten, dat dierenartsen waardering verdienen voor hun werk en dat agressie ten strengste wordt afgekeurd. De boodschap werd door vrijwel de hele zaal gedeeld. Wel jammer dat niemand deze motie daadwerkelijk heeft ondertekend.
Ook staatssecretaris Erkens was helder: de problemen zitten niet in de spreekkamer maar in de structuur van de markt. Tegelijk erkende hij dat het beeld van de graaierige dierenarts hardnekkig is en dat dit individuele collega’s onterecht wordt aangerekend.
Wat ligt er concreet op tafel?
De uitvoeringsagenda van Erkens, opgesteld samen met de minister van EZK en gebaseerd op het ACM-rapport van 30 april, bevat acht actielijnen. De meest concrete is nieuwe wetgeving die omzet- en winstgerelateerde prikkels in de bedrijfsvoering verbiedt. De maatregel richt zich op situaties waarin commerciële belangen de veterinaire besluitvorming onder druk zetten. Want hoewel de oorzaken van tariefstijgingen veel breder zijn dan ketenvorming alleen — het Ecorys-onderzoek toonde eerder al aan dat de sterkste stijgingen plaatsvonden vóór de opkomst van ketens, en dat factoren als duurdere apparatuur, specialisering en een veranderde arbeidsmarkt een minstens zo grote rol spelen — constateert de ACM wel dat de autonomie van dierenartsen door toenemende commercialisering onder druk kan komen te staan.
Daarnaast werkt de minister van EZK aan een inroepbevoegdheid voor de ACM, zodat ook kleinere praktijkovernames getoetst kunnen worden op concurrentiebeperkende effecten. Tot nu toe vielen die buiten het zicht van de toezichthouder. Verder werkt de sector zelf aan professionele behandelstandaarden en een betere organisatie van spoedzorg, ondersteund door subsidie vanuit het kabinet. Ook prijstransparantie richting eigenaren staat op de agenda, waarbij de beroepsgroep een beroepsstandaard ontwikkelt die de ACM-aanbevelingen overneemt.
Ook fokbeleid kwam aan bod. Kostić wees erop dat ongeveer 60% van het werk van dierenartsen te maken heeft met problemen die zijn ontstaan door het fokken op extreme uiterlijke kenmerken, denk aan honden met te korte snuiten en andere rassen met aangeboren gezondheidsproblemen. De ACM adviseert strengere regels voor fokkers en verkopers. Erkens gaf aan te werken aan uitbreiding van het houdverbod en onderzoekt maatregelen tegen impulsaankopen via online platforms.
Wij schreven eerder al over het proefschrift van onze columnist Iaira Boissevain, die de knelpunten in het veterinaire tuchtrecht analyseerde en met stevige aanbevelingen kwam voor verbetering. Het is goed dat de overheid dit nu ook serieus neemt: de evaluatie van het tuchtrecht start nog dit jaar, met resultaten eind 2026.
Maximumtarieven: een vrije markt verdraagt geen prijsplafond
Het heetste hangijzer in het debat was prijsregulering. PvdD, SP, PVV en PRO wilden verder gaan dan de staatssecretaris voorstelde. Erkens hield voet bij stuk: maximumtarieven zijn een last resort en worden pas overwogen als blijkt dat andere maatregelen niet werken. De ACM zelf zegt hetzelfde.
Wij kunnen ons daar volledig in vinden. De veterinaire markt is een vrije markt, zo heeft de overheid het zelf bepaald in 1998. Het past niet om in diezelfde vrije markt vervolgens prijzen te gaan reguleren. Wie kiest voor marktwerking, moet ook de consequenties daarvan accepteren en oplossingen zoeken die passen bij een vrije markt: meer transparantie, betere concurrentie en bescherming van de professionele autonomie. Dat is precies de lijn die Erkens kiest, en die lijn is wat ons betreft de juiste.
Wel diende een brede meerderheid van de Kamer een motie in die vraagt om dit jaar nog uitvoering te geven aan een eerder aangenomen motie over het verkennen van maximumtarieven, te beginnen bij spoedzorg. Een tweede motie van Kostić vraagt om alvast voorbereidende stappen te zetten zodat snel kan worden ingegrepen als effectieve concurrentie niet van de grond komt. Of deze moties worden aangenomen en hoe Erkens ze uitvoert, wordt duidelijk na 1 juli.
De btw: die vraag blijft hangen
Veterinaire zorg wordt in Nederland belast met 21% btw, terwijl humane zorg btw-vrij is. Meerdere partijen vroegen om actie richting Europa, maar staatssecretaris Erkens gaf aan dat zijn collega van Financiën bij achttien lidstaten heeft aangeklopt en geen steun heeft gevonden. Kostić wees erop dat België, Italië en Spanje wél stappen in die richting zetten. Erkens bleef sceptisch. Voor onze beroepsgroep is dit een punt dat blijft wringen: het hoge btw-tarief draagt structureel bij aan de kostenbeleving van eigenaren, ook al is het niet de oorzaak van de recente tariefstijgingen.
Moties die er voor ons toe doen
Er wordt gevraagd om een onafhankelijk en anoniem meldpunt waar dierenartsen en personeel commerciële druk kunnen melden, een motie die door zes fracties werd ondertekend. Ten Hove diende een motie in voor verkenning van uitbreiding van de zelfstandige bevoegdheden van paraveterinairen, iets wat bij een aanhoudend tekort aan dierenartsen alleen maar relevanter wordt. Beckerman diende een motie in om de Universiteit Utrecht te vragen het aantal opleidingsplaatsen diergeneeskunde uit te breiden.
Graus diende twee solo-moties in die verder gaan dan wat de staatssecretaris voorstelt. De eerste vraagt om een onafhankelijke Veterinaire Zorgautoriteit: een toezichthouder die, net zoals de Nederlandse Zorgautoriteit dat doet in de humane zorg, toezicht houdt op de veterinaire markt en tarieven kan reguleren. De tweede vraagt om wettelijke verankering van professionele standaarden die door de beroepsgroep zelf worden ontwikkeld.
Verantwoord huisdierenbezit kreeg ook aandacht. De VVD stelde dat dit begint vóór de aanschaf: mensen moeten zich goed realiseren welke zorg een dier nodig heeft en welke kosten daarbij horen. Kostić wilde verder gaan met een verplichte bedenktijd bij aanschaf en een stop op dierverkoop via online platforms. Als veterinaire professionals onderschrijven wij dat eigenaren een eigen verantwoordelijkheid dragen. Een weloverwogen aanschaf voorkomt niet alleen dierenleed, maar ook onverwachte financiële problemen. Vellinga-Beemsterboer diende een motie in om te onderzoeken wat een hogere verzekeringsgraad van huisdierenverzekeringen kan bijdragen aan meer voorspelbaarheid van zorgkosten voor eigenaren, naar het model van Zweden waar negen op de tien honden verzekerd zijn.
Wat ketens ook hebben gebracht
Wat in dit debat grotendeels onderbelicht bleef: de komst van ketens heeft de veterinaire zorg in Nederland ook op een hoger niveau gebracht. Betere faciliteiten, toegang tot specialistische zorg, moderne diagnostiek en georganiseerde spoedzorg. Dat zijn ontwikkelingen waar dieren en eigenaren dagelijks van profiteren. Het model van dierenziekenhuizen met 24/7 opvang is mede ontstaan doordat de sector zelf vroeg om een andere werkorganisatie.
Daar komt nog iets bij. Dierenartsen zijn van nature meer gericht op het vak dan op ondernemen. Decennialang werden prijzen nauwelijks geïndexeerd, zonder dat veel collega’s doorhadden dat ze er langzamerhand op achteruitgingen. De professionalisering op ondernemersgebied die de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden, heeft er mede voor gezorgd dat de dierenarts-ondernemer zijn prijsvoering beter op orde heeft. Ook dat verklaart een deel van de tariefstijgingen, iets wat het Ecorys-onderzoek overigens bevestigt: de stijgingen zijn voor een groot deel verklaarbaar vanuit de inhoudelijke en bedrijfsmatige ontwikkeling van het vak zelf. Wij schreven daar eerder uitgebreid over in Eén sector, twee werkelijkheden.
Het is dan ook opmerkelijk dat juist de partijen die pleiten voor maximumtarieven en vinden dat er niet verdiend mag worden aan veterinair handelen, voorbijgaan aan dit verhaal. Prijzen die decennialang te laag lagen, een sector die zichzelf professionaliseerde en een kwaliteit van zorg die enorm is gestegen. Dat is geen graaicultuur. Dat is een sector die eindelijk op waarde wordt geschat.
Een nieuwe federatie en nascholing
Per 1 juli 2026 wordt de nieuwe federatie van KNMvD, CPD, Vedias en NVFD opgericht, een belangrijke stap in een tot nu toe versnipperd veld. De federatie krijgt drie kerntaken: belangenbehartiging, samenwerking tussen professionals en kwaliteitsborging via herregistratie, permanente educatie en standaardontwikkeling. Erkens noemde dit een belangrijke stap richting zelfregulering door de sector. Binnen die federatie speelt verplichte nascholing een centrale rol: dierenartsen en paraveterinairen houden hun kennis aantoonbaar bij via een systeem van permanente educatie en herregistratie.
Vellinga-Beemsterboer diende daarnaast een motie in om te onderzoeken hoe levenslang leren en professionele ontwikkeling van dierenartsen structureel verder versterkt kunnen worden. Op zich een goede zaak: een goed opgeleide en bijgeschoolde beroepsgroep levert betere zorg. Maar deze motie past eigenlijk niet in een debat over het verlagen van dierenartskosten. Hogere kwaliteit door betere scholing is een kostenstuwende factor. Dat is logisch en goed.
Erkenning is mooi, maar pas op!
De waardering die in dit debat werd uitgesproken voor onze hardwerkende collega’s in onze sector is welverdiend en oprecht fijn om te horen. Eindelijk klinkt vanuit Den Haag een positief geluid.
Maar laten we ook helder zijn over wat er verder op tafel ligt. Diverse partijen riepen in het debat dat het houden van een huisdier eerder een soort recht is en dat er niet verdiend mag worden aan veterinair handelen. Die redenering gaat volledig voorbij aan een simpel feit: een dierenkliniek is geen filantropische instelling. Om goede zorg te kunnen leveren, om personeel te kunnen betalen, om te kunnen investeren in apparatuur en opleiding, moet een praktijk gewoon kunnen functioneren als een gezond bedrijf. Erkenning voor het vak is prachtig, maar erkenning lost de rekeningen niet. Om dan voorbeelden te noemen van een “ouderwetse” dierenarts die ver onder de gangbare prijzen rekent voor zijn handelingen en deze persoon vervolgens op te hemelen, is niet bepaald representatief. Dat moeten we niet willen.
Daarbij liggen er vijftien moties op tafel waarvan een flink deel, als ze worden aangenomen en uitgevoerd, verregaande consequenties kan hebben voor hoe wij ons vak uitoefenen. Wetgeving die omzet- en winstgerelateerde prikkels in de bedrijfsvoering verbiedt, maximumtarieven, een Veterinaire Zorgautoriteit, verplicht eigenaarschap door dierenartsen: het zijn vergaande ingrepen in een sector die al onder druk staat. De staatssecretaris kiest vooralsnog voor de lijn van zorgvuldigheid en ruimte voor de sector om het zelf te regelen. Dat is de juiste lijn. Maar de politieke druk om verder te gaan is zichtbaar aanwezig, en die druk verdwijnt niet na 1 juli.
Wat nu?
De stemming over de moties is op 1 juli. Begin 2027 volgt de routekaart van Erkens met concrete termijnen per maatregel. Na tweeënhalf jaar volgt een eerste evaluatie van de uitvoeringsagenda. Wij houden het voor jullie bij.


