
We houden van lijstjes. Zeker als we bovenaan staan. Of het nu gaat om diergeneeskundige innovaties, wetenschappelijke publicaties, klinische kwaliteit of onderwijs, een eerste plek voelt als bevestiging dat we het goed doen. Toen ik ChatGPT vroeg naar de verhouding tussen faculteiten diergeneeskunde en inwoneraantal in Europa, stond Nederland dus ook bovenaan. Even voelde dat fijn. Wow! We zijn eerste! Maar is dit wel een toppositie?
Met één faculteit voor 18 miljoen inwoners voeren we de ranglijst aan met het laagste aantal faculteiten per inwoner. Dat klinkt toch al anders. Want achter die eerste plek schuilt een realiteit die minder comfortabel is dan ze lijkt.

Mensen nodig
Als dierenarts zie ik dagelijks hoe groot de vraag naar collega’s is. In de gezelschapsdierenpraktijk, in de landbouwhuisdierensector, in toezicht en volksgezondheid. Wachttijden lopen op, praktijken zoeken personeel en de druk op teams neemt toe. We hebben mensen nodig. Goede mensen.
In veel andere Europese landen ligt de verhouding rond één faculteit per 4 tot 6 miljoen inwoners. Spreiding is daar de norm. Meer opleidingsplekken betekenen meer capaciteit, maar ook meer variatie. Nederland kiest voor concentratie. Dat maakt het systeem overzichtelijk, maar ook kwetsbaar.
Wat het voor mij extra interessant maakt, is dat we in een nauw verwante discipline een heel andere keuze maken. In de humane geneeskunde kent Nederland meerdere opleidingscentra, verspreid over het land. Universiteiten dagen elkaar uit, leggen verschillende accenten, benaderen de opleiding vanuit een verschillende visie en bieden gezamenlijk voldoende opleidingscapaciteit. Dat systeem heeft zich bewezen: het combineert kwaliteit met schaal en flexibiliteit.
Blijkbaar is het in andere vakken heel logisch om te spreiden. Waarom dan niet bij ons? Eén faculteit betekent één toegangspoort. Eén opleidingscultuur. Beperkte ruimte om op te schalen. Terwijl de uitdagingen in ons vakgebied juist vragen om verbreding en flexibiliteit. Denk aan de groeiende vraag naar intensieve zorg, de complexiteit van duurzame dierlijke productie en de toenemende rol van dierenartsen binnen volksgezondheid en One Health.
Trots op Utrecht
Laat er geen misverstand over bestaan: de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht is een instituut van hoge kwaliteit. Een plek waar ik zelf ben opgeleid en waar ik nog steeds apetrots op ben. De kennis, de betrokkenheid en de inzet zijn van een heel hoog niveau.
Maar misschien is het juist vanuit die trots dat ik denk dat het systeem eromheen sterker kan. Meer faculteiten betekenen niet alleen meer opleidingsplekken, maar ook meer dynamiek. Verschillende accenten, verschillende invalshoeken en meer ruimte voor differentiatie. Dat verbreedt het vak en sluit beter aan bij de diversiteit van de dagelijkse praktijk.
En misschien nog belangrijker: het houdt elkaar scherp. Gezonde competitie tussen opleidingsinstituten zorgt voor innovatie, reflectie en continue verbetering. Dat zien we in bijvoorbeeld geneeskunde al jaren.
Misschien moeten we onszelf dus een eerlijke vraag stellen: is deze eerste plek iets om te koesteren, of juist een signaal dat het tijd is om door te ontwikkelen? Durven we na te denken over een tweede faculteit, of laten we alles bij het oude en vertrouwde?
In dat geval staat Utrecht vast en zeker nog jaren bovenaan!


