
Op 30 april 2026 publiceerde de Autoriteit Consument & Markt het definitieve rapport over de markt voor medische zorg voor huisdieren. Na het conceptrapport van december, een consultatie en een sectorbijeenkomst in februari, ligt er nu een eindoordeel op tafel. Wat zijn de belangrijkste conclusies en wat verandert er ten opzichte van het concept?
Hetzelfde verhaal, steviger onderbouwd
De hoofdlijn is gelijk gebleven. De ACM stelt dat huisdiereigenaren onvoldoende beschermd zijn tegen hogere prijzen en behandelingen die verder gaan dan passend bij dier en eigenaar. De “spreekwoordelijke vangrails ontbreken”, aldus het rapport.
Nieuw in het definitieve rapport is een casestudy naar vier concrete praktijkovernames door ketens. De ACM ziet daarin dat prijzen na overname stijgen: voor behandelingen gemiddeld 1 tot 21 procent in drie jaar, gecorrigeerd voor inflatie, voor medicijnen loopt dat op tot 9 tot 51 procent. Laten we eerlijk zijn: als die bovenste uitschieters kloppen, dan is dat niet oké. Extreme prijsstijgingen die niet te verklaren zijn vanuit hogere kosten, horen niet thuis in ons vak.
Maar er is een belangrijk voorbehoud. De ACM erkent zelf dat zij niet heeft onderzocht waarom die prijzen zijn gestegen. Hogere inkoopkosten, grotere investeringen, verbeterde arbeidsvoorwaarden; het zijn allemaal mogelijke verklaringen die het rapport zelf noemt. Bovendien gaat het om slechts vier praktijken, niet bepaald representatief voor de hele sector. Die context verdwijnt gegarandeerd in de media. En dat is precies waarom wij hem hier wél neerzetten.
Wat heeft de sector ingebracht?
De consultatie leverde stevige reacties op. Dierenartsen en organisaties lieten duidelijk weten dat het beeld van de commercieel gedreven dierenarts te kort door de bocht is. De ACM erkent dat in het definitieve rapport ook expliciet: dierenartsen zijn gedreven om samen met de eigenaar tot een passende behandeling te komen. Maar dat neemt de zorg over het systeem eromheen volgens de ACM niet weg.
Dat die erkenning er staat, waarderen wij. Maar het neemt niet weg dat de beeldvorming die geschetst is door de ACM, grote schade heeft aangericht aan onze prachtige beroepsgroep. Veterinaire professionals die elke dag het beste doen voor dier en eigenaar, worden zo weggezet als onderdeel van een systeem dat mensen uitknijpt. Dat is pijnlijk en volstrekt onjuist. Dit nemen wij de ACM kwalijk.
Wat de ACM nu van de wetgever en de sector vraagt; bescherm eigenaren tegen hogere prijzen en overbehandeling
De ACM wil een verbod op omzet- en winstgerelateerde prikkels voor dierenartsen, assistenten en zzp’ers. Bonussen gekoppeld aan omzet, medicijnverkoop of doorverwijzingen horen daar niet meer in thuis. Earn-outregelingen bij praktijkovernames zijn onder voorwaarden nog wel toegestaan.
Binnen twee jaar moeten er professionele behandelstandaarden zijn voor de meest uitgevoerde eerstelijnsbehandelingen, binnen vijf jaar voor alle overige veelvoorkomende behandelingen. Geen gouden standaard, maar een kader voor passende basiszorg, met oog voor zowel dierenwelzijn als betaalbaarheid. Dierenartsen moeten eigenaren vooraf informeren wanneer een behandeling daarvan afwijkt, ook bij spoedzorg, tenzij de acute situatie dat onmogelijk maakt.
De ACM wil een geschillencommissie voor kleinere klachten die zich niet lenen voor het tuchtrecht, denk aan klachten over gebrek aan transparantie over kosten of behandelopties. Over medicijnen vraagt de ACM de wetgever om eerst nader onderzoek te doen naar hoe de concurrentie op die markt werkt, voordat eventuele maatregelen worden overwogen. De ACM vraagt het ministerie ook om een integraal plan voor de naar schatting ruim 250.000 minimahuishoudens met huisdieren, voor wie incidentele dierenartskosten een groot probleem vormen.
Verbeter de spoedzorg
Voor spoedzorg wil de ACM een centraal en up-to-date overzicht van beschikbare locaties, betere voorlichting voor eigenaren en onderzoek naar een centraal triagesysteem vergelijkbaar met thuisarts.nl.
Houd overnames in de gaten
De ACM wil de bevoegdheid krijgen om ook kleinere maar potentieel problematische praktijkovernames te kunnen toetsen, met name in regio’s waar de keuze voor eigenaren al beperkt is.
Meer transparantie voor eigenaren
De ACM wil tarieven verplicht op de website van elke praktijk, een verplichte vermelding of een praktijk onderdeel is van een keten, en een gespecificeerde begroting voorafgaand aan elke behandeling. Dit laatste geldt ook bij spoedzorg, tenzij de acute situatie dat onmogelijk maakt.
En als dit alles niet werkt?
De ACM heeft prijsregulering niet van tafel geveegd. Over vijf jaar volgt een evaluatie. Als de markt dan nog steeds niet beter werkt, is prijsregulering een optie die de wetgever moet afwegen. De ACM noemt het zelf een “last resort”, maar het staat er wel.
Hoe reageert de sector?
De KNMvD heeft gereageerd op het definitieve rapport. De beroepsorganisatie waardeert dat de ACM op onderdelen meer nuance heeft aangebracht, met meer aandacht voor de verantwoordelijkheid van eigenaren zelf en de complexiteit van de sector. Maar de KNMvD heeft ook kritiek, met name op de eenzijdige focus op consumentenbescherming. Diergeneeskundige zorg is primair gericht op de gezondheid en het welzijn van het dier, niet op de belangen van de consument. Dat onderscheid is wezenlijk en had volgens de KNMvD prominenter gemogen in het rapport. Wij onderschrijven dat volledig.
Wat betekent dit concreet voor ons?
De aanbevelingen hebben zeker effect op ons. Behandelstandaarden, transparantie over tarieven, prijsindicaties vooraf; dat zijn dingen die we deels al doen natuurlijk, maar die nu mogelijk wettelijk verankerd worden.
Wat ons betreft is de toon van dit rapport redelijk. De krantenkoppen die er ongetwijfeld op zullen volgen vast niet. De ACM erkent dat wij met toewijding werken en dat ketens ook voordelen brengen voor eigenaren en personeel. De sector heeft tijdens de consultatie laten zien dat zij mee wil denken. Dat geluid is gehoord.
Nu is het aan ons om de regie te pakken bij het invullen van die behandelstandaarden en om zelf te laten zien dat professionele autonomie en betaalbare zorg hand in hand gaan. Dus samen, met elkaar en TROTS! op ons mooie vak. Want als wij dat niet doen, doet Den Haag het voor ons. En dat lijkt ons niet bepaald wenselijk.


