
Begin dit jaar zorgde een melkveebedrijf in Friesland voor de nodige onrust: bij een koe werden antistoffen aangetroffen tegen het hoogpathogene vogelgriepvirus. Inmiddels zijn alle resultaten van het vervolgonderzoek binnen. De conclusie stelt gerust, maar vraagt van rundveedierenartsen wel blijvende alertheid.
Wat speelde er?
In januari 2026 werden bij een koe op een Fries melkveebedrijf antistoffen gevonden tegen het HPAI-virus. Dat was aanleiding voor uitgebreid onderzoek, zowel op het bedrijf zelf als op andere melkveebedrijven in Nederland. De NVWA nam bij alle aanwezige koeien bloed- en melkmonsters af. De GGD deed hetzelfde bij de houder, het gezin en de betrokken dierenarts.
De uitkomsten
Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) vond geen vogelgriepvirus in de tankmelkmonsters van november, december en januari. Wel bleken antistoffen aanwezig bij 47% van de melkgevende koeien en bij 63% van het jongvee op het Friese bedrijf. Bij de houder, het gezin en de dierenarts werd geen virus aangetoond.
Het goede nieuws: uit retrospectief bloedonderzoek op meer dan 3000 monsters van melkkoeien bij andere bedrijven in Nederland werden géén antistoffen gevonden. Het Responseteam Zoönosen concludeert dat de situatie in Friesland een incident was. De kans op besmetting van runderen met vogelgriep wordt als zeer klein beschouwd, ook gezien de wijdverspreide aanwezigheid van het virus bij wilde vogels in het veld. Meer details over het onderzoek lees je op de website van WBVR.
Relevantie voor ons
Het ministerie vraagt dierenartsen om alert te blijven op mogelijke infecties bij rundvee. Kennis van de klinische verschijnselen is daarbij onmisbaar. Denk aan een plotselinge daling in de melkproductie, dikke of verkleurde melk, koorts en verlies van eetlust. Ook mastitis, afwijkende melkconsistentie en milde luchtwegverschijnselen zoals neusuitvloeiing kunnen optreden. De meeste dieren herstellen gelukkig voorspoedig en zijn na ongeveer 45 dagen terug op hun oude melkproductie.
Belangrijk om te weten: er geldt een meldplicht voor positieve laboratoriumuitslagen van HPAI bij zoogdieren. Na de zomer komt een Deskundigenberaad Zoönosen bijeen om te bespreken of de huidige monitoring nog volstaat.
De situatie is onder controle, maar waakzaamheid blijft dus geboden.


