
Voor het eerst in ruim twee jaar is er in het Verenigd Koninkrijk weer een geval van klassieke BSE bevestigd. Het gaat om een koe op een bedrijf in Dumfries and Galloway, in het zuidwesten van Schotland. Het dier kwam niet in de voedselketen en volgens Food Standards Scotland is er geen risico voor de volksgezondheid. Toch is het een bericht dat ons even de wenkbrauwen doet fronsen. Gekkekoeienziekte, dat woord alleen al roept herinneringen op.
Wat er precies is gevonden
De Schotse overheid bevestigde op 19 augustus een geval van klassieke boviene spongiforme encefalopathie. Er zijn direct voorzorgsmaatregelen genomen: verplaatsingsbeperkingen voor de nakomelingen van het dier en voor het cohort waartoe het behoorde. De Animal and Plant Health Agency onderzoekt hoe het dier besmet is geraakt.
Dat de koe via de reguliere surveillance werd ontdekt en niet via een acute ziektemelding, zegt veel. In Schotland wordt elk rund ouder dan vier jaar dat op het bedrijf sterft, routinematig getest op BSE. Landbouwminister Jim Fairlie prees dan ook de alertheid van de veehouder, wiens snelle handelen ervoor zorgde dat het geval meteen kon worden geïsoleerd.
Klassiek of atypisch: waarom dat onderscheid ertoe doet
Voor de duiding is het verschil tussen klassieke en atypische BSE belangrijk. Klassieke BSE is de vorm die in de jaren tachtig en negentig tot de grote uitbraak leidde. Die vorm is gekoppeld aan besmet diermeel in het voer, en juist daarom kwam er destijds een streng verbod op het verwerken van dierlijke eiwitten in rundveevoer.
Atypische BSE is een ander verhaal. Die vorm ontstaat spontaan en zeldzaam, vrijwel altijd bij oudere dieren, en er is geen bewijs dat hij overdraagbaar is. In diezelfde regio Dumfries and Galloway werd in december 2024 nog een atypisch geval vastgesteld, bij een rund van negentien jaar oud. Dat dit nieuwe geval als klassiek wordt geclassificeerd, maakt het net iets beladener, omdat het de vraag naar een bron oproept.
Toch is enige nuance op zijn plaats. De Schotse plaatsvervangend Chief Veterinary Officer Jesus Gallego Garnica noemde het incident niet onverwacht. Modellering laat zien dat je zelfs na effectieve bestrijding van de ziekte af en toe een enkel geval kunt blijven verwachten.
Even terugkijken
Voor wie het vak al wat langer beoefent is BSE geen abstract begrip. Ook in Nederland raakte de crisis de veterinaire sector in het hart. Het eerste geval kwam hier in 1997 aan het licht en de meeste besmettingen volgden rond de eeuwwisseling. Vanaf 2001 kwamen de verplichte Europese testen. Voor collega’s in de rundveepraktijk betekende dat jaren van ruimingen, aangescherpte regels en veehouders die het vertrouwen in hun eigen sector zagen wankelen.
Wat we daarna hebben opgebouwd bewijst nu zijn waarde. De verwijdering van gespecificeerd risicomateriaal zoals wervelkolom, hersenen en schedel uit karkassen, het voerverbod en een surveillancesysteem dat fijnmazig genoeg is om één enkel dier eruit te vissen. Dat een geval als dit zo snel wordt opgemerkt en ingedamd, laat zien dat het systeem doet waarvoor het is gebouwd.
En dichter bij huis?
Voor Nederlandse veehouders en dierenartsen is er op dit moment geen directe aanleiding tot zorg. Het gaat om een geïsoleerd geval in Schotland met stevige maatregelen eromheen. Wel is het een goede herinnering dat BSE nooit helemaal uit beeld verdwijnt en dat onze eigen surveillance en meldingsbereidheid van blijvend belang zijn. Als er iets is wat de geschiedenis ons heeft geleerd, is het dat vroege signalering het verschil maakt. Precies wat hier dus in Schotland gebeurde.


