dinsdag 22 september 2026

Erfelijke koperstapeling bij labradors: herken het op tijd

Beeld: Midjourney

Labrador retrievers hebben een genetische aanleg voor koperstapeling in de lever. Dit kan onopgemerkt blijven totdat de lever ernstig is aangetast. Wat weten we inmiddels over deze aandoening en hoe kunnen wij zelf bijdragen aan vroegtijdige opsporing en preventie?

Koperstapeling: sluipende schade aan de lever

Koperstapeling ontstaat wanneer koper uit voeding onvoldoende wordt uitgescheiden en zich ophoopt in de lever. Dit leidt tot hepatitis en uiteindelijk leverschade. Onderzoek van het Expertisecentrum Genetica Diergeneeskunde laat zien dat maar liefst de helft van de labradors die een leverbiopt ondergingen in het Universitair Dierenziekenhuis een verhoogd kopergehalte had.

Omdat de ophoping van koper geleidelijk plaatsvindt, blijven vroege stadia vaak onopgemerkt. Symptomen zoals braken, verminderde eetlust, sloomheid en geelzucht treden pas op wanneer de leverfunctie al ernstig is aangetast. Soms presenteert de hond zich pas in een laat stadium met ascites en stollingsproblemen.

Diagnostiek: ALT als eerste aanwijzing, leverbiopt voor bevestiging

Een verhoging van het leverenzym ALT in het bloed kan een eerste indicatie zijn van leverschade. Dit is echter geen sluitend bewijs: sommige honden met koperstapeling hebben (nog) geen verhoogde ALT-waarden, terwijl een verhoogd ALT ook door andere oorzaken kan komen.

De definitieve diagnose wordt gesteld via een leverbiopt. Dit is de enige manier om koperstapeling direct aan te tonen en onderscheid te maken tussen kopergerelateerde hepatitis en andere leveraandoeningen.

Genetische basis: ATP7B als risicofactor, ATP7A als bescherming

Koperstapeling bij de labrador wordt grotendeels veroorzaakt door een defect in het ATP7B-gen, dat betrokken is bij het kopertransport in de lever. Honden met twee kopieën van deze mutatie hebben een verhoogd risico op koperophoping. Een mutatie in het ATP7A-gen lijkt daarentegen een beschermende rol te spelen en kan koperstapeling helpen voorkomen.

DNA-testen kunnen helpen bij het inschatten van het risico, maar het klinische beeld blijft leidend. Niet elke hond met de ATP7B-mutatie ontwikkelt immers leverschade; andere factoren zoals voeding en bijkomende leverproblemen spelen een rol.

Preventie en monitoring

Omdat koperstapeling sluipend verloopt, is monitoring essentieel. Bij risicohonden wordt aangeraden om:

  • Regelmatig ALT te controleren, zeker bij labradors met vage klachten.
  • DNA-onderzoek te overwegen bij jonge dieren, om het risico vroeg in te schatten.
  • Voeding met een laag kopergehalte aan te raden bij risicohonden. De veterinaire diëten Hill’s L/D, Purina Hepatic en Royal Canin Hepatic bevatten minder dan 5 mg koper/kg drooggewicht.

Behandeling: D-penicillamine als koperbinder

Als een leverbiopt koperstapeling bevestigt, is behandeling nodig. De eerste keuze is D-penicillamine, een middel dat zich bindt aan koper en de uitscheiding via de urine bevordert. De duur van de behandeling is afhankelijk van de ernst van de koperstapeling.

De rol van verantwoord fokken

Omdat koperstapeling erfelijk is, is het belangrijk dat fokkers risico’s beperken. Het fokkerij-begeleidingsprogramma Fit2Breed helpt bij het maken van genetisch verantwoorde keuzes. Onze rol kan liggen in het adviseren van fokkers en eigenaren met risicohonden begeleiden.

Dit moet je lezen

Meest gelezen