maandag 21 september 2026

Eerste EU-brede rapport over verkoop en gebruik van antimicrobiële middelen bij dieren

Beeld: Midjourney

Onlangs heeft het Europees Geneesmiddelenbureau (EMA) het allereerste Europese rapport gepubliceerd over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële middelen bij dieren. Daarmee ontstaat een completer beeld van het antibioticagebruik binnen de EU. Het rapport is gebaseerd op gegevens uit 29 landen en vormt een belangrijke stap in de gezamenlijke aanpak van antimicrobiële resistentie.

Overzicht van het rapport

Het rapport, bekend als het European Sales and Use of Antimicrobials for Veterinary Medicine (ESUAvet) jaarverslag, verzamelt gegevens uit de 27 EU-landen, evenals IJsland en Noorwegen. Het omvat gegevens over de verkoop en het gebruik van antimicrobiële middelen in 2023, met een focus op voedselproducerende dieren zoals runderen, varkens, kippen en kalkoenen.

Belangrijkste bevindingen

  • Verkoopgegevens: Antibiotica voor voedselproducerende dieren vormen 98% van de totale verkoop van veterinaire geneesmiddelen met antibiotische werking. De meest verkochte klassen zijn penicillines, gevolgd door tetracyclines en sulfonamiden.
  • Categorieën volgens AMEG: Ongeveer 65% van de totale verkoop voor voedselproducerende dieren betreft stoffen uit categorie D (eerste keuze behandelingen), 29% uit categorie C (te overwegen wanneer categorie D niet effectief is), en 6% uit categorie B (kritiek belangrijk in de humane geneeskunde; gebruik bij dieren dient beperkt te worden om risico’s voor de volksgezondheid te verminderen).

Gebruik van antimicrobiële middelen

Voor het eerst zijn er gegevens verzameld over het daadwerkelijke gebruik van antimicrobiële middelen bij specifieke diersoorten. Hoewel veel landen nog bezig zijn met het opzetten of verbeteren van hun gegevensverzamelsystemen, toont deze inspanning een sterke samenwerking binnen de EU. Veterinaire professionals, met name dierenartsen, spelen een belangrijke rol in het verzamelen van deze gegevens.

Betekenis voor de veterinaire praktijk

Als dierenarts begrijpen we het belang van verantwoord antibioticagebruik om antimicrobiële resistentie te voorkomen. Dit rapport onderstreept de noodzaak om:

  • Bewust te kiezen voor eerstelijns antibiotica: Geef de voorkeur aan middelen uit categorie D, tenzij klinisch anders geïndiceerd.
  • Gebruik van kritieke antibiotica te beperken: Beperk het gebruik van middelen uit categorie B tot situaties waarin geen alternatieven beschikbaar zijn.
  • Gegevens nauwkeurig bij te houden: Door het zorgvuldig documenteren van antibioticagebruik dragen we bij aan betere monitoring en beleidsvorming op EU-niveau.

Ook in Nederland zijn de meeste reductiedoelen inmiddels behaald: sinds 2009 is het gebruik in de veehouderij met meer dan 76% gedaald. Nederland behoort daarmee tot de Europese koplopers. In 2023 was er wel een lichte stijging van 4,5%, met name in de varkenssector, maar het totaalgebruik blijft laag en resistentie onder dierpathogenen is relatief beperkt (MARAN-rapport 2024).

Samen blijven optrekken

Verdere reductie van antibioticagebruik vraagt om samenwerking – tussen dierenartsen, veehouders, beleidsmakers en andere betrokkenen. Initiatieven zoals de ontwikkeling van Europese richtlijnen voor antibioticagebruik en praktische trainingen voor dierenartsen en veehouders zijn hierin waardevolle stappen.

Dit moet je lezen

Meest gelezen