
Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer heeft een Dierendagakkoord ondertekend waarin het kabinet wordt opgeroepen eindelijk werk te maken van verbeteringen in de zorg voor huisdieren. De ondertekenende partijen verwijzen naar bestaande plannen en moties die al eerder zijn aangenomen, maar die volgens hen onvoldoende zijn uitgewerkt. Met het akkoord willen zij daar verandering in brengen. Wat staat hier in en is alles 1 op 1 door te voeren?
Tarieven en transparantie
Een van de voorstellen is het overwegen van maximumtarieven voor spoedzorg, omdat de kosten daar de afgelopen jaren flink zijn gestegen. Ook vragen de partijen om meer transparantie over tarieven in het algemeen.
Voor ons is dat laatste geen nieuw thema. Er wordt al volop gewerkt met prijsopgaven en uitleg vooraf. Tegelijk weten we allemaal hoe lastig het soms is om vooraf exacte bedragen te noemen, zeker bij spoedgevallen of wanneer nog niet duidelijk is wat er precies aan de hand is. De politiek roept om helderheid, maar die is niet altijd zwart-wit in een diergeneeskundig traject.
Ketenvorming en toezicht door de ACM
De opkomst van dierenartsketens blijft een belangrijk gespreksonderwerp in de sector. In het Dierendagakkoord is aandacht voor de risico’s van machtsconcentratie. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) doet daar momenteel onderzoek naar. Mocht daar aanleiding toe zijn, dan willen de partijen dat de ACM extra bevoegdheden krijgt om oneerlijke marktverhoudingen tegen te gaan. Ook bijvoorbeeld door kleinere overnames met grote impact te kunnen blokkeren.
In de praktijk ervaren onze collega’s de ketenvorming verschillend. Voor sommigen biedt het werken binnen een keten juist structuur, ontwikkelingsmogelijkheden en verlichting van ondernemerslasten. Voor anderen weegt het verlies aan autonomie of de focus op rendement zwaarder. De roep om toezicht komt niet uit het niets, maar de discussie verdient wel enige nuance. Ketenvorming is niet per definitie een probleem, zolang kwaliteit van zorg, werkplezier en keuzevrijheid centraal blijven staan.
Spoedzorg hoort erbij, maar hoe verdelen we het?
Een van de voorstellen in het Dierendagakkoord is dat spoedzorg eerlijker verdeeld moet worden over praktijken. Waar huisartsen wél collectief dienst doen, is dat in de diergeneeskunde geen vanzelfsprekendheid.
Op zich is het helemaal geen gekke gedachte om diensten weer als iets normaals te zien. Iets dat nu eenmaal bij het vak hoort. Dieren hebben tenslotte ook buiten kantoortijden zorg nodig en als beroepsgroep dragen we daar samen verantwoordelijkheid voor. Maar spoedzorg vraagt wel om bezetting, middelen, dienstenroosters en goede afspraken. Wie neemt de regie? En hoe zorg je dat kleinere praktijken niet overbelast raken?
Orde van Dierenartsen en meer regie vanuit de beroepsgroep
Het Dierendagakkoord pleit voor de oprichting van een Orde van Dierenartsen. Tijdens het rondetafelgesprek in de Tweede Kamer vorige week werd al duidelijk dat dit onderwerp leeft binnen de beroepsgroep. Een Orde zou een rol kunnen spelen in het versterken van de positie van dierenartsen en het bewaken van kwaliteit en professionele standaarden.
Zo’n Orde biedt mogelijkheden om meer regie te nemen over ons eigen vak, en om als beroepsgroep structureel betrokken te zijn bij relevante ontwikkelingen. Tegelijk vraagt het om een doordachte opzet: hoe wordt de vertegenwoordiging ingericht, wat wordt het mandaat en hoe blijft de dagelijkse praktijk goed vertegenwoordigd? En bovendien, men is net overeengekomen dat er een federatie wordt opgetuigd.
Ook wil de Kamer dat er duidelijke regels komen voor de zorg aan huisdieren. In andere landen is dat al beter geregeld. Zo’n wetgeving kan helpen om ons werk als dierenarts beter te borgen en zichtbaar te maken, als het tenminste goed aansluit bij hoe we in de praktijk werken.
Erfelijke aandoeningen en hulporganisaties
Tot slot vraagt het akkoord aandacht voor het voorkomen van erfelijke aandoeningen. Dat begint bij strenger fokbeleid en moet leiden tot een verbod op handel en import van dieren met ernstige gebreken. Bekende discussie, zeker rondom de kortsnuiten, maar in de praktijk blijft handhaving een knelpunt.
Dierenhulporganisaties krijgen in het akkoord een warm pleidooi voor betere ondersteuning. Zij vangen veel schrijnende gevallen op en werken vaak onder hoge druk. Meer samenwerking met andere instanties moet volgens het akkoord helpen om dierenleed te voorkomen.
Veel van de punten die genoemd zijn in het Dierendagakkoord zijn besproken tijdens het rondetafelgesprek van vorige week. Hier kun je daar meer over vinden. De volledige tekst van het Dierendagakkoord vind je hier.
Bekijk ook de reactie van de KNMvD op dir Dierendagakkoord.


