
In de Tweede Kamer vond onlangs een rondetafelgesprek plaats over de toekomst van de diergeneeskundige zorg (buiten de veehouderij). Dierenartsen (zelfstandig én keten), wetenschappers, brancheorganisaties, een jurist en dierenwelzijnsorganisaties gingen met Kamerleden in gesprek over hoe we de zorg toegankelijk, betaalbaar en kwalitatief kunnen houden.
Het rondetafelgesprek duurde maar liefst drie uur en er kwam veel voorbij. Daarom hebben we een beknopte samenvatting van de hoofdlijnen voor je gemaakt. Handig om even lezen, want dit raakt ons hele vakgebied.
Ketens, zelfstandigen en de praktijk van nu
Het gesprek begon bij de mensen die het vak dagelijks uitvoeren: de dierenartsen. Marcel Reijers van AniCura verdedigde de rol van ketens. Volgens hem is schaalvergroting nodig om de zorg toekomstbestendig te maken. Meer samenwerking, betere uitrusting, ruimte voor nascholing en een sterkere rol voor paraveterinairen: daar ligt volgens hem de winst.
Toch klonken er ook zorgen. Joyce Hofman, zelfstandig praktijkhouder, sprak openhartig over de werkdruk, de veranderende verwachtingen van cliënten en de toegenomen juridische dreiging. Ze ziet jonge collega’s worstelen met stress, onrealistische eisen en het gebrek aan begeleiding.
Onze columnist en -natuurlijk belangrijker in dit kader- jurist Iaira Boissevain sloot daarop aan met een kritisch geluid over het veterinaire tuchtrecht. Dat systeem, zegt ze, leidt te vaak tot defensieve geneeskunde en angst om fouten te maken. Ze pleit voor meer ruimte voor professionele afweging en een ondersteunender toezichtmodel.
Hans Schoon, eveneens zelfstandig dierenarts, waarschuwde voor overbehandeling, verlies van autonomie en kunstmatig hoge tarieven in de spoedzorg. Zijn oproep: herstel het vertrouwen, houd de zorg kleinschalig en transparant.
Wetenschap en ethiek: wat is goede zorg?
In het tweede blok kwamen de diergeneeskundige wetenschappers aan het woord. Franck Meijboom (Universiteit Utrecht) legde de vinger op de zere plek: wat verstaan we eigenlijk onder ‘goede zorg’? Hij pleit voor meer ruimte om ethische afwegingen te maken, juist wanneer de belangen van dier, eigenaar en maatschappij botsen.
Hille Fieten (Universiteit Utrecht) bracht de zorgvraag zelf ter sprake. Een groot deel van de patiëntenpopulatie, stelt zij, lijdt aan aandoeningen die het gevolg zijn van erfelijke belasting. Fieten pleit voor meer preventie, samenwerking met fokkers en beleid gericht op genetische gezondheid.
Onderzoeker Karel de Greef (WUR) benadrukte het belang van een gezond werkklimaat binnen praktijken, met ruimte voor professionele autonomie en collegialiteit. Daarnaast vestigde hij de aandacht op de positie van het dier in de driehoek tussen eigenaar en dierenarts. Vooral wanneer financiële beperkingen een rol spelen, komt het dier soms in het gedrang. Volgens De Greef vraagt dit om heldere afwegingscriteria en erkenning van de complexiteit van zulke situaties.
Fokbeleid, toezicht en vrije markt
Het derde blok werd gevuld door koepels en brancheorganisaties. Paul Mandigers, namens de KNMvD, onderstreepte het belang van duidelijke kwaliteitsnormen, verplichte nascholing en toezicht op praktijken. Hij pleitte voor een vergunningstelsel, zodat de beroepsgroep samen met de overheid de regie houdt over het zorgstelsel.
Carel Canta van Stichting FairDog ging verder op het thema fokken. Hij pleitte voor certificering, DNA-controle, betere socialisatie van pups en zelfs een basisverzekering voor honden die via verantwoord fokbeleid zijn gefokt. In hun position paper verwees FairDog naar Mandigers’ jarenlange inzet voor het terugdringen van erfelijke belasting bij rashonden.
Luc Boonen van het CPD bracht een ander geluid. Hij waarschuwde voor een eenzijdig beeld van de sector. Volgens hem is er onvoldoende aandacht voor de diversiteit in praktijken. Overregulering kan volgens het CPD averechts werken en de keuzevrijheid van diereneigenaren beperken.
Remko Bos van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) sloot het blok af met de mededeling dat de ACM signalen ontvangt van stijgende tarieven en concentratie van spoedzorg bij ketens. De ACM onderzoekt of de markt nog eerlijk functioneert en of consumenten voldoende keuzevrijheid ervaren.
Betaalbaarheid en toegankelijkheid
De Sophia-Vereeniging kreeg het laatste woord in blok 4. Zij brachten de positie van de diereigenaar nadrukkelijk onder de aandacht. De vereniging ziet dat de zorg steeds minder toegankelijk wordt door stijgende prijzen, vooral in de spoedzorg. Ze pleiten voor maximumtarieven, btw-vrijstelling en meer opleidingsplekken om het beroep aantrekkelijk te houden.
Ook Gerrit de Boom van Dierenambulance Vianen wees op knelpunten in de spoedzorg. Hij beschreef hoe hulpverleners regelmatig geconfronteerd worden met dichte deuren, onduidelijkheid over bereikbaarheid en lange reistijden. Zijn oproep: zorg voor heldere afspraken tussen dierenambulances en dierenartsen, zodat dieren in nood sneller geholpen kunnen worden.
Eén zorg, vele gezichten
Wat het rondetafelgesprek vooral duidelijk maakte: iedereen wil dat de diergeneeskundige zorg goed, toegankelijk en toekomstbestendig blijft. Maar hoe dat precies moet, daar verschillen de meningen stevig over.
Toch is er ook iets wat de bijdragen verbindt. Of het nu gaat om fokken, werkdruk, marktwerking of preventie. En misschien is dát wel de belangrijkste conclusie van deze middag: we verschillen van aanpak, maar delen hetzelfde doel.
Wil je het hele rondetafelgesprek terugkijken/-luisteren, kijk dan op de website van de Tweede Kamer. Hier kun je ook alle zogeheten position papers van de betrokken personen en organisaties lezen.


