
Staatssecretaris Silvio Erkens heeft een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) naar de Tweede Kamer gestuurd die dierenwelzijn in de veehouderij via nieuwe minimumnormen regelt. De maatregel verbiedt onder meer het couperen van varkensstaarten, het vastbinden van melkkoeien en het gebruik van snelgroeiende vleeskuikenrassen, en wordt stapsgewijs ingevoerd tot 2040.
De AMvB Dierwaardige Veehouderij raakt in eerste instantie varkens, rundvee, kalveren en pluimvee. Geiten, konijnen, eenden en kalkoenen volgen in een latere fase. Naast de drie concrete verbodsbepalingen komen er herziene huisvestingseisen voor melkvee, vleesvee, kalveren, varkens en pluimvee.
Fasering: van toegang tot voer tot volledige ombouw
De invoering loopt uiteen van 2028 tot 2040. Maatregelen die weinig bouwkundige aanpassing vergen, zoals gegarandeerde toegang tot voer en water, moeten al rond 2030 gerealiseerd zijn. Ingrepen die wel verbouwing of vervanging van stalsystemen vereisen, krijgen een langere overgangstermijn tot 2035 of 2040. Nieuwbouw moet sneller aan de eindnormen voldoen dan bestaande stallen, die meer tijd krijgen om af te schrijven.
In de evaluatiemomenten wordt onder meer gekeken naar haalbaarheid, verdienvermogen van de ondernemer en de stand van de techniek. Daarbij is een rol voorzien voor de onafhankelijke Autoriteit Dierwaardige Veehouderij, die de voortgang monitort.
Erkens benadrukt dat de maatregel vooral bedoeld is om beleid voorspelbaar te maken. In zijn woorden: “Hoe we met dieren omgaan, zegt iets over de beschaving van onze samenleving.” Hij wil voorkomen dat veehouders na elk incident of elke maatschappelijke ophef met nieuwe, ad hoc aangescherpte regels te maken krijgen. De normen zijn deels doelvoorschriften, zodat ondernemers zelf kunnen kiezen hoe ze aan een eis voldoen, en ze zijn afgestemd op de parallelle stikstofaanpak om tegenstrijdige investeringseisen te voorkomen.
Sector reageert voorzichtig
De AMvB komt na een consultatietraject waarin landbouworganisaties, dierenwelzijnsorganisaties en ketenpartijen via het Convenant Dierwaardige Veehouderij input leverden. LTO Melkveehouderij liet al weten dat een dierwaardiger veehouderij volgens de organisatie alleen kans van slagen heeft bij werkbare regels, een signaal dat de nodige huisvestings en investeringsvragen bij boeren nog leven. In de maatregel is daarom ook vastgelegd dat marktpartijen in de keten meebetalen aan de transitie, onder meer via prijsvorming en afzetgaranties.
Nieuwe Oogst tekende op dat de handhaving verschillend zal uitpakken voor opzettelijke overtredingen en voor ondernemers die te goeder trouw problemen hebben met onduidelijke normen of praktische uitvoering.
Wat dit betekent voor de praktijk
De AMvB moet nog door de Tweede en Eerste Kamer, dus de einddatum van 2028 voor de eerste verplichtingen kan nog schuiven. Dat is meteen het lastige punt voor klanten die nu al een stal willen bouwen of verbouwen: investeren op de huidige concepttekst betekent een gok op normen die pas na parlementaire behandeling definitief worden. Bedrijven die hun bestaande stal mogen afschrijven tot 2035 of 2040 hebben die druk niet, nieuwbouw moet wel direct aan de eindnormen voldoen.
Daar komt de stikstofaanpak bovenop. Omdat Erkens de dierenwelzijnseisen en de stikstofregels bewust parallel laat lopen, kan een stalaanpassing die voldoet aan de ene eis op de andere stuk lopen. Bij elk advies over stalbouw of -renovatie is het dus nodig om beide toetsingskaders tegelijk in beeld te hebben.
De volledige tekst van de maatregel en de onderliggende Kamerbrief zijn te vinden op de website van Rijksoverheid.


