
De cijfers zijn binnen. De verkoop van antibiotica voor landbouwhuisdieren daalde vorig jaar met bijna 7 procent en ten opzichte van 2009 is er inmiddels meer dan driekwart af. Dat staat in het rapport dat de Autoriteit Diergeneesmiddelen (SDa) deze week uitbracht. Het is een resultaat om trots op te zijn, en het laat zien dat de gezamenlijke inzet van veehouders en dierenartsen blijft lonen. Tegelijk wijst het rapport een paar plekken aan waar nog werk te doen is.
Een trend die zich vasthoudt
De landelijke verkoop van antibiotica, gemeten in kilogram werkzame stof, kwam in 2025 uit op een daling van 6,9 procent ten opzichte van een jaar eerder. Na een lichte stijging in 2024 zet die lijn weer naar beneden. Over de hele linie bekeken lijkt de verkoop zich te stabiliseren op een laag niveau. Het gebruik in de gemonitorde sectoren daalde eveneens.
Dat we als sector op dit punt staan, mag wat ons betreft best eens hardop gezegd worden. De daling sinds referentiejaar 2009 bedraagt 77,2 procent. Achter dat cijfer zit jarenlang consequent sturen op verantwoord gebruik, bedrijf voor bedrijf, recept voor recept.
Kritische middelen blijven laag
Goed nieuws is er ook rond de middelen die er voor de volksgezondheid het meest toe doen. Het gebruik van fluorochinolonen en derde- en vierdegeneratie cefalosporines blijft stabiel en zeer laag. Colistine daalde opnieuw, met 6 procent. In de varkenssector ligt het colistinegebruik inmiddels ruim 62 procent onder het niveau van 2020, een mooi concreet resultaat van gerichte inzet.
Bij leghennen lag het colistinegebruik na twee jaar stijging weer lager, al zit de sector nog net boven de Europese benchmarkwaarde. Het verbeterplan werpt zijn vruchten af, verdere verlaging blijft de opdracht.
Niet overal hetzelfde beeld
Per sector verschilt het beeld nogal. De vleeskuikensector laat een onverwachte stijging zien van bijna 25 procent. De sector zoekt nog naar de verklaring; er zijn aanwijzingen dat de kwaliteit van aangeleverde kuikens is afgenomen, wat tot meer gebruik in de eerste levensweek leidt. Een werkgroep buigt zich over de oorzaken.
De kalversector blijft eveneens om aandacht vragen. Het gebruik ligt daar al jaren op een relatief hoog niveau, met grote verschillen tussen bedrijven. Een nieuwe rekensystematiek die het gebruik per koppel inzichtelijk maakt, moet voor meer bewustwording gaan zorgen.
In de geitensector speelt iets anders: de kwaliteit van de gebruiksgegevens is nog onvoldoende om harde conclusies te trekken. De cijfers worden gepresenteerd onder voorbehoud van een audit. Positief is dat de varkenssector na een eerdere stijging weer terug is op het oude niveau, en dat het gebruik in de rundveesector al jaren stabiel laag blijft.
Voorschrijven blijft mensenwerk
Het hoofdstuk over voorschrijfpatronen raakt ons werk het meest van dichtbij. De SDa stapte dit jaar over op een nieuwe indicator, de DDDAvet, waarbij alle bedrijven meetellen, inclusief de structureel hooggebruikers. Bij melkvee, overig rundvee, vleesvarkens en trager groeiende vleeskuikens is het voorschrijfniveau laag en zijn de verschillen tussen collega’s klein.
Waar de verschillen tussen dierenartsen groter zijn, ligt ook de ruimte voor verdere reductie. Dat geldt vooral in de kalversector en bij speenbiggen. Die variatie biedt vooral ruimte. Wat de een voor elkaar krijgt, lukt een ander in principe ook.
Wat er in 2026 verandert
Iets om alvast op het netvlies te hebben. In 2026 vervangt de NWVAB-classificatie de vertrouwde WVAB-richtlijn. De indeling in eerste, tweede en derde keuze maakt plaats voor vier categorieën, van A (afzien) tot D (doelmatig). Voor de praktijk betekent het dat een aantal middelen strenger wordt ingedeeld: chinolonen en polymyxines zoals colistine schuiven naar categorie B, kortwerkende macroliden en lincosamiden naar categorie C. De eerste diersoortspecifieke standaarden worden deze zomer verwacht.
De balans
Het rapport bevestigt waar de sector al jaren aan werkt: minder antibiotica, gerichter ingezet, met behoud van diergezondheid. Nederland blijft Europees gezien ruim onder het gemiddelde. Dat het gebruik in een enkele sector nog stijgt, hoort bij het werk. Het laat zien waar we de komende tijd samen onze schouders onder zetten, veehouder en dierenarts, zoals we dat al die jaren hebben gedaan.


