vrijdag 21 juni 2024

Nieuwe WSAVA-vaccinatierichtlijnen

Onlangs zijn de nieuwe vaccinatierichtlijnen van de World Small Animal Veterinary Association (WSAVA) gepubliceerd. Deze richtlijnen helpen ons om de beste beslissingen te nemen over welke vaccins we onze patiënten moeten geven en wanneer. Hier volgt een samenvatting van de belangrijkste punten.

Kernvaccins: Een must voor elke hond en kat

De WSAVA definieert kernvaccins als die welke elke hond en kat zou moeten krijgen. Voor honden zijn dit de vaccins tegen:

  • Canine distemper virus (CDV)
  • Canine adenovirus type 1 (CAV)
  • Canine parvovirus type 2 (CPV)

Voor katten zijn de kernvaccins:

  • Feline parvovirus (FPV)
  • Feline calicivirus (FCV)
  • Feline herpesvirus-1 (FHV)

In gebieden waar rabiës voorkomt, moet dit vaccin ook als kernvaccin worden beschouwd voor zowel honden als katten.

Niet-kernvaccins: Afhankelijk van levensstijl en locatie

Niet-kernvaccins worden aanbevolen voor dieren die een hoger risico lopen vanwege hun levensstijl of de geografische locatie waar ze leven. Denk hierbij aan:

  • Leptospirosevaccin voor honden in gebieden waar deze ziekte voorkomt.
  • Feline leukemievirus (FeLV) vaccin voor katten die buiten komen of in contact staan met andere buitenkatten.

Vaccinatieschema’s: Het belang van timing

Het schema voor vaccinaties is van groot belang om ervoor te zorgen dat onze patiënten de beste bescherming krijgen. Voor pups en kittens raden de richtlijnen meerdere doses van kernvaccins aan om de interferentie van maternale antilichamen (MDAs) te overwinnen. Het laatste vaccin in de reeks zou op 16 weken of ouder moeten worden toegediend.

In situaties waar slechts één vaccinatie mogelijk is, moet deze op 16+ weken worden gegeven. Daarnaast wordt een herhalingsvaccinatie op 26 weken of ouder aanbevolen om ervoor te zorgen dat alle dieren een sterke immuunrespons ontwikkelen.

Serologische tests en jaarlijkse gezondheidscontroles

Een belangrijk nieuw aspect in de richtlijnen is het gebruik van serologische tests. Deze tests kunnen vanaf 20 weken worden uitgevoerd om te bevestigen dat een dier goed heeft gereageerd op de vaccinaties. Dit helpt ons ook om te bepalen wanneer herhalingsvaccinaties nodig zijn.

De jaarlijkse gezondheidscontrole blijft natuurlijk essentieel. Tijdens deze controles bespreken we niet alleen vaccinaties, maar ook andere preventieve gezondheidsmaatregelen zoals parasietenbestrijding, voedingsadvies en gedragsbeoordeling.

Opslag en toediening van vaccins: doe het goed

Het is belangrijk dat vaccins correct worden opgeslagen en toegediend. Overmatige vaccinatie moet worden vermeden en vaccins mogen niet vaker dan nodig worden gegeven. We moeten ook eventuele bijwerkingen melden om de kennis en veiligheid van vaccins te blijven verbeteren.

Lokale aanpassing van de richtlijnen

Hoewel deze richtlijnen wereldwijd toepasbaar zijn, is het belangrijk dat we ze aanpassen aan onze lokale situatie. Dit betekent dat we bijvoorbeeld bepaalde vaccins als kern kunnen beschouwen in specifieke regio’s op basis van de prevalentie van ziekten.

Met deze nieuwe WSAVA-richtlijnen krijgen onze patiënten de best mogelijke bescherming. De volledige richtlijnen kun je hier downloaden.

Dit moet je lezen

Meest gelezen