donderdag 25 juli 2024

Meet Bart: de wildlife vet

Wij hebben weer een bijzonder interview. Ditmaal duiken we in het leven van Bart Gazendam, een dierenarts gespecialiseerd in wildlife. Zijn verhaal begint in Nederland en leidt hem naar het hart van natuurbescherming in Zuid-Afrika. Bart, die altijd al van dieren heeft gehouden, vertelt ons over zijn boeiende reis, vol met hobbels op de weg maar ook mooie momenten, en geeft ons een inkijkje in de boeiende wereld van het werken met wilde dieren.

Bart Gazendam op de foto met een jonge witte neushoorn die hij net heeft geïmmobiliseerd om te onthoornen.

Kun je iets vertellen over je achtergrond en wat je motiveerde om wildlife dierenarts te worden?

“Geboren in Amsterdam, verhuisde ik op jonge leeftijd naar Uithoorn, waar mijn kindertijd gekenmerkt werd door het gezelschap van twee katten, een konijn genaamd Tijgertje, en af en toe goudvissen. Mijn fascinatie voor wildlife en safari’s werd aangewakkerd door het kijken naar Steve Erwin met mijn opa, wat mij inspireerde om dierenarts te willen worden, gespecialiseerd in safari dieren. Na de middelbare school in Amstelveen, probeerde ik tevergeefs diergeneeskunde te studeren in Utrecht, wat resulteerde in een reisjaar naar Australië. Bij terugkomst, en na nog een mislukte poging, besloot ik me in te schrijven aan de Universiteit van Antwerpen in 2011, ondanks dat ik er nooit eerder was geweest. De overstap was uitdagend, met significante culturele en educatieve verschillen, maar leidde uiteindelijk tot het behalen van mijn bachelor in vier jaar en mijn verhuizing naar Gent voor mijn master. Daar richtte ik een studentenvereniging op voor liefhebbers van wildlife en ontwikkelingswerk, wat nieuwe mogelijkheden bood voor lezingen, congressen en internationale contacten. Na mijn afstuderen werkte ik drie jaar als paardendierenarts in Nederland en Engeland, maar mijn passie voor safari dieren bleef. Uiteindelijk vond ik een opleidingsplek als wildlife specialist aan de universiteit van Pretoria, Zuid-Afrika, waar ik de afgelopen drie jaar heb gestudeerd, gewerkt, en lesgegeven, en ik sta op het punt om officieel een wildlife specialist te worden.”

Hoe verschilt jouw werk van dat van een dierenarts in een reguliere praktijk?

“Het werk is in principe gelijk aan een reguliere huis- en landbouwdierenkliniek, alleen zijn de patiënten iets wilder, groter en mogelijks gevaarlijker. Aan de Universiteit van Pretoria werk ik met drie andere dierenartsen in de “Wildlife Section”. We behandelen een breed scala aan diersoorten; van slangen en “black-footed cats” (de kleinste wilde kat-achtigen in Afrika) tot neushoorns en tijgers. Veelal werden deze dieren doorverwezen door andere dierenartsen in heel Zuid-Afrika voor specialistische hulp en onderzoeken zoals CT, MRI, endoscopie etc.. Tevens heeft de universiteit een mobiele dierenkliniek, die het mogelijk maakt dieren op locatie te immobiliseren, behandelen en te verplaatsen van boerderij naar boerderij indien nodig. Het grootste verschil is wellicht dat je er zeker van moet zijn dat sommige patiënten goed gesedeerd/geïmmobiliseerd zijn, voordat je er mee aan de slag kunt – iets dat niet altijd gemakkelijk is.”

Kun je beschrijven hoe een typische werkdag er voor jou uitziet? Welke dieren behandel je het meest?

“Een typische dag begint vroeg, bij zonsopgang, wat vaak rond 5 uur is. Het meeste werk moet klaar zijn voordat het te heet wordt om wilde dieren te immobiliseren. Dan gaan we op pad, hetgeen soms een aantal uur rijden betekent. De dagen zijn zeer gevarieerd en we behandelen de meest uitlopende zaken.”

“Momenteel is de stroperij een zeer groot probleem. Stropers zetten valstrikken met staalkabels in de natuurreservaten om zo dieren te kunnen vangen voor consumptie, de wildlife trade of het maken van traditionele medicatie. Vaak worden we gebeld voor dieren die vast zitten in een valstrik, gezet door de stropers. Deze dieren hebben vaak diepe snijwonden van de staaldraden en moeten bevrijd en behandeld worden. De valstrikken zijn zeer aspecifiek, waardoor we problemen zien bij alle dieren, maar vooral buffels, zebra’s, olifanten en grote katachtigen.”

Een tijger ligt onder narcose om geopereerd te worden aan een corpus alienum.

Wat zijn de meest voorkomende medische problemen die je tegenkomt bij wilde dieren?

“Gek genoeg behandelen we ook zeer veel tijgers. Sinds het verboden is om te kweken met leeuwen, zijn mensen in zuid Afrika steeds meer tijgers gaan houden, sinds daar nauwelijks regels voor zijn. In mijn tijd hier heb ik meer tijgers als leeuwen behandeld. We zien veel problemen gerelateerd aan voeding (hypocalcemie en botafwijkingen, zenuwstelselafwijkingen door tekort aan bepaalde vitamines en aminozuren), infectieuze ziektes (doordat eigenaren niet vaccineren of niet de juiste vaccins gebruiken) en wonden/trauma door vechtende dieren.”

Wat zijn enkele van de grootste uitdagingen in jouw werk?

“Veel mensen weten niet dat er eigenlijk twee hoofdrichtingen binnen de wildlife diergeneeskunde bestaan. Eén richting, die mij persoonlijk minder aantrekt, houdt zich bezig met het fokken van wilde dieren specifiek voor de jacht. Deze dieren, zoals Sable antilopen en Afrikaanse buffels, worden vaak gefokt op bepaalde uiterlijke kenmerken, zoals de grootte van hun gewei of hoorns. Jagers, vaak uit het buitenland, zijn bereid om veel geld te betalen om op deze dieren te jagen als onderdeel van trofeejachten. Als dierenarts in dit veld ligt de focus voornamelijk op het immobiliseren van deze dieren voor transport of veilingen en het behouden van hun gezondheid. Dit aspect van het werk spreekt mij minder aan en maakt het soms moeilijk om in deze sector actief te zijn.”

“Aan de andere kant hebben we de tak van natuurbescherming, die zich richt op het behouden van soorten en hun genetische diversiteit. In dit veld werken dierenartsen aan projecten zoals het onthoornen van neushoorns. Dit is een maatregel tegen stroperij waarbij een stuk van de hoorn elk jaar zonder pijn wordt verwijderd om te voorkomen dat stropers de dieren doden. Een ander belangrijk werk is het verplaatsen van dieren zoals jachtluipaarden over verschillende gebieden. Dit helpt om hun genen te verspreiden, wat vooral belangrijk is omdat veel reservaten zijn omheind, wat de natuurlijke genenstroom beperkt. Deze kant van diergeneeskunde, gericht op behoud, spreekt mij veel meer aan. Het omvat ook onderzoek, bijvoorbeeld naar de medicijnen die we gebruiken voor het immobiliseren van de dieren en het gebruik van GPS-trackers om hun bewegingen te volgen.”

Heb je een bijzonder memorabel moment of succesverhaal dat je kunt delen?

“Onlangs kreeg ik de unieke kans om naar Ivoorkust te reizen, een ervaring die een hoogtepunt in mijn carrière markeerde, vooral vanwege de gelegenheid om met een bosolifant te werken. In Ivoorkust leven veel dieren in vrijheid, buiten omheinde gebieden. Eén specifieke olifant veroorzaakte echter problemen in de dorpen rond het reservaat, door gewassen te vernielen en huizen binnen te dringen op zoek naar voedsel. Daarom besloot het lokale ministerie dat de olifant moest worden teruggebracht naar het reservaat. Deze operatie was een avontuur op zich, beginnend met de uitdaging om de olifant in de jungle te lokaliseren. Na enkele dagen zoeken, kregen we te horen dat hij een dorp was binnengelopen. De volgende ochtend vonden we hem, etend van brood en bananen, en konden we hem veilig verdoven met krachtige opioïden, vervoeren en na een reis van drie uur door jungle en stad, weer wakker maken in het reservaat.”

Als dierenartsen zijn we verantwoordelijk voor meer dan alleen de zorg voor zieke of gewonde dieren; we spelen ook een rol in het behoud van hun habitats

Bart Gazendam

“Daarnaast was er de taak om de enige neushoorn in Ivoorkust te onthoornen en van een GPS-tracker te voorzien. Dit was niet zonder uitdagingen, zoals werken met een botte zaag in dichtbegroeid bos, terwijl we ons bewust waren van de hoge inzet, gezien dit de enige neushoorn in het land was. Het was een witte neushoorn, een soort die niet oorspronkelijk voorkomt in Ivoorkust, maar jaren geleden als geschenk vanuit Zuid-Afrika werd gebracht. Ironisch genoeg zou de zwarte neushoorn hier moeten gedijen, maar die soort is uitgestorven in Ivoorkust door stroperij.”

Hoe werk je samen met lokale gemeenschappen en natuurbeschermingsorganisaties?

“Ons werk profiteert aanzienlijk van de steun van diverse natuurbeschermingsorganisaties, waardoor we de middelen krijgen om dieren te verzorgen in reservaten die anders onvoldoende financiële ondersteuning zouden hebben, vaak die onder beheer staan van de overheid. Down To The Wire, een van de organisaties die ons in de afgelopen jaren aanzienlijk heeft ondersteund, verzamelt valstrikken van stropers om er sieraden van te maken. De verkoop van deze sieraden financiert de medische behandelingen die wij uitvoeren om de dieren uit deze valstrikken te bevrijden. Er zijn meerdere organisaties die een cruciale rol spelen in het financieel mogelijk maken van ons werk. Ik kijk er naar uit om in de toekomst nauwer samen te werken met African Parks, een non-profitorganisatie gericht op het behoud van beschermde gebieden en de herintroductie van soorten in diverse Afrikaanse landen. Daarnaast werken we samen met gespecialiseerde groepen gericht op specifieke soorten, zoals de Cheetah Metapopulation voor genetische diversiteit van cheeta’s en het Black Rhino Expansion Project van het WWF.”

Ben je betrokken bij onderzoeksprojecten? Zo ja, kun je een recent project toelichten?

“Voor mijn specialisatie heb ik meerdere onderzoeken gedaan en artikelen geschreven. Twee van deze onderzoeken zijn reeds gepubliceerd. Een beschrijft het voorkomen van baarmoeder ontsteking in jachtluipaarden, iets dat nog niet eerder beschreven was. Een tweede beschrijft een nieuwe methode voor de sterilisatie van mannelijke leeuwen (vasectomie). Deze methode verkleint de kans op negatieve bijwerkingen en mogelijk zwangerschap.”

“Momenteel ben ik druk bezig met het schrijven van mijn grootste onderzoeksproject; de vergelijking van twee potente opioiden (etorphine en thiafentanil) voor de immobilisatie van zwarte neushoorns. Hopelijk kan ik dit de komende maanden publiceren.”

Olifant geïmmobiliseerd en ligt in een droge rivierbedding. Soms ligt de patient niet altijd even handig.

Hoe belangrijk is educatie en bewustwording in jouw rol?

“Onderwijs is cruciaal voor natuurbescherming en het behoud van diersoorten. Als dierenartsen zijn we verantwoordelijk voor meer dan alleen de zorg voor zieke of gewonde dieren; we spelen ook een rol in het behoud van hun habitats. Het is essentieel om het publiek, vooral degenen die dicht bij natuurreservaten wonen, bewust te maken van bedreigingen zoals stroperij, ziekten en habitatverlies. Door educatie kunnen we inzicht bieden in hoe de natuur en haar bewoners beschermd kunnen worden. Een voorbeeld van een initiatief dat hierin uitblinkt, is ‘Lessons in Conservation’, dat zich richt op het onderwijzen van jonge kinderen in afgelegen gemeenschappen om een nieuwe generatie natuurbeschermers te inspireren.”

Welk advies zou je geven aan aspirant-wildlife dierenartsen?

“Mijn advies voor aspirant-wildlife dierenartsen is als volgt:

  1. Bouw een brede kennisbasis op in vakgebieden zoals diergeneeskunde, ecologie, en natuurbescherming. Het is waardevol om eerst ervaring op te doen met huisdieren en landbouwdieren; mijn eigen ervaring als paardendierenarts is dagelijks van nut in mijn werk met wilde dieren.
  2. Zoek actief naar stages die je praktische ervaring bieden met wilde dieren, in dierenopvangcentra, reservaten of onderzoeksinstellingen. Let goed op de inhoud van het stageprogramma en geef de voorkeur aan ervaringen bij individuele dierenartsen of in landen met een rijke cultuur, zoals in Afrika.
  3. Als je de kans krijgt, kies dan voor een afstudeeronderwerp gerelateerd aan wildlife. Ik schreef mijn scriptie over voetproblemen bij olifanten, wat enorm leerzaam was. Zoek een mentor die jouw onderzoek kan ondersteunen en publiceren.
  4. Blijf jezelf ontwikkelen door voortdurende educatie en blijf op de hoogte van nieuwe ontwikkelingen. Bezoek congressen en netwerkevenementen om je kennis te verdiepen en te delen.
  5. Ontwikkel goede communicatievaardigheden; deze zijn essentieel voor samenwerking met collega’s, het publiek en stakeholders in natuurbescherming.
  6. Wees flexibel en bereid om je aan te passen aan de diverse uitdagingen die werken met wilde dieren met zich meebrengt.”

Zijn er nieuwe technieken of methoden in wildlife diergeneeskunde die je spannend vindt?

“Hoewel er niet constant nieuwe technieken worden ontwikkeld, is er wel voortdurende vooruitgang in de farmacie voor diergeneeskunde. De kennis over de medicatie voor het immobiliseren van diverse dieren is beperkt, vooral vanwege de variatie in gebruikte combinaties van anesthetica, kalmeringsmiddelen en sedativa. Dierenartsen hebben vaak een voorkeur voor specifieke ‘cocktails’ per dier, maar er is weinig onderzoek naar de effectiviteit en bijwerkingen van deze mengsels. Recent is er bijvoorbeeld een trend om minder opioïden te gebruiken door een sedatiemiddel (de potente alfa-2-agonist; medetomidine) toe te voegen, wat resulteert in een rustige maar langzamere immobilisatie. Ondanks de populariteit van deze methode, is er slechts beperkt onderzoek naar gedaan, wat aantoont dat er meer respiratoire problemen kunnen optreden dan bij traditionele methodes. Dit benadrukt het belang van onderzoek naar de impact van verschillende medicatie, een onderwerp dat ik ook in mijn eigen studie onderzoek.”

Wat zie je als de grootste bedreigingen voor de wildlife in Zuid-Afrika en hoe zie je de toekomst van de wildlife diergeneeskunde?

“Stroperij, habitatverlies en besmettelijke ziektes blijven de voornaamste gevaren voor wilde dieren, met stroperij die een directe bedreiging vormt voor het voortbestaan van soorten door de jacht op waardevolle lichaamsdelen zoals hoorns en ivoor. Dit heeft niet alleen een drastische impact op individuele dieren maar ook op hele populaties; bijvoorbeeld, het aantal witte neushoorns in het Kruger National Park is in tien jaar tijd gedaald van ongeveer 10.000 naar minder dan 2.500. Naast stroperij zorgt menselijke expansie ervoor dat natuurlijke habitats krimpen en versnipperen, waardoor dieren beperkt worden in hun bewegingsvrijheid en toegang tot voedselbronnen. Landbouwontwikkeling neemt belangrijke natuurgebieden in beslag, en de aanleg van hekken rond reservaten verhindert de vrije migratie van dieren.”

Twee baby caracals opgenomen voor verschillende problemen.

“Bovendien vormen ziektes een significante dreiging, niet alleen voor de wilde dieren zelf maar ook voor de interactie tussen wilde en gedomesticeerde dieren, wat economische schade kan veroorzaken. Ziekten zoals tuberculose en mond-en-klauwzeer, die soms worden overgedragen van wilde dieren op vee, onderstrepen de complexiteit van de uitdagingen in wildbeheer en natuurbescherming. In het Kruger Park bijvoorbeeld heeft een aanzienlijk deel van de leeuwenpopulatie te kampen met tuberculose, wat leidt tot chronische ziekteprocessen en uiteindelijk de dood. De recente uitbraak van mond-en-klauwzeer, voornamelijk overgedragen door Afrikaanse buffels, toont de moeilijkheid van het in balans houden van ziektebeheersing, economische belangen en de bescherming van wilde dierenpopulaties. Deze situaties benadrukken de noodzaak van geïntegreerde benaderingen voor natuurbescherming, die zowel de gezondheid van dieren als de socio-economische realiteiten in beschouwing nemen.”

Wat heeft werken met wildlife jou persoonlijk geleerd?

Het werken met wildlife heeft mij geleerd dat geen dag er hetzelfde uit ziet, dat je altijd alert moet zijn en dat je veel dieren behandeld, maar soms niet altijd het resultaat terug ziet. Dit laatste vind ik soms wel jammer; je haalt een valstrik van een dier met een grote wond. Je doet er alles aan om dat dier te behandelen, je maakt het wakker van de immobilisatie en vervolgens loopt het de bush in om (vaak) nooit meer terug gezien te worden. De reservaten waar we werken zijn vaak zo groot dat de dieren vaak simpelweg verdwijnen in het reservaat. Dat is iets waar ik nog nooit over na had gedacht.

Zou je iets anders doen als je terug kon gaan naar het begin van je carrière?

Ik ben heel blij met het verloop van mijn carrière tot nu toe, en zou niet zo snel iets veranderen. Ik moet wel zeggen dat ik heel veel geluk heb gehad met mijn baan aan de Universiteit van Pretoria, die voor mij ontzettend veel deuren heeft geopend. Maar dat wil zeker niet zeggen dat het onmogelijk is voor anderen, er is nog altijd een groot tekort aan dierenartsen in Zuid-Afrika (en andere Afrikaanse landen). Nadeel; het proces om hier daadwerkelijk te mogen werken is zeer langdradig, maar zal het zeker waard zijn!

Bart zit op Instagram. Volg zijn bijzondere leven als wildlife vet!

Dit moet je lezen

Meest gelezen