donderdag 25 juli 2024

Interview: ‘Diergeneeskunde verandert’

Al tien jaar is Vivian van Essen dierenarts, ze werkt in dierenziekenhuizen in Gorinchem en Nieuwegein met als specialismes tandheelkunde en spoed en opname patiënten. De opleiding tot dierenarts was voor haar een weloverwogen keuze. Het moest iets medisch zijn, iets wetenschappelijks maar ook concreets. De opleiding tot humaan arts vond ze aan de lange kant en heeft daarna haar zinnen gezet op diergeneeskunde in Utrecht. 

Was de opleiding wat je ervan had verwacht? 

‘Absoluut niet. De opleiding is wetenschappelijk ingestoken en je bent heel veel in de boeken bezig, ziet relatief weinig patiënten. Tijdens de opleiding wordt er wel wat aandacht aan besteed maar de realisatie dat je het gros van de tijd met mensen bezig bent is er nog niet altijd. Je werk de hele dag met mensen, eigenaren en collega’s bijvoorbeeld. Er zitten veel meer soft skills om het vak heen dan puur en alleen de medische kennis waarin je gedrild en getraind wordt. Je kan nog zo goed zijn in leren en in het medische: als je niet met mensen om kan gaan dan moet je geen dierenarts worden. Er is een jongere generatie die verandert en je ziet de mensen veranderen. Dieren krijgen ook een andere rol, die worden steeds meer écht onderdeel van een gezin. Baasjes worden kritischer, willen meer, weten meer, weten ook meer informatie te achterhalen.’ 

Je zou dus kunnen zeggen dat de diergeneeskundige wereld aan het veranderen is?

‘Aan de ene kant heb je de klanten die veranderen, aan de andere kant heb je te maken met een andere generatie. Die zegt: Hoezo 40 uur werken? Ik heb ook nog vrije tijd. Dat botst ontzettend, mede daardoor zie je ook de burn-out cijfers gigantisch stijgen. Heel veel mensen haken daarom af, jonge dierenartsen stoppen op het feit dat het heel hard werken is en je te maken hebt met kritische mensen. Daarnaast leggen ze de lat voor zichzelf heel hoog, je kan niet alle patiënten redden. Dat is best weleens lastig.’

Hoe ga jij daar mee om? 

‘Het gaat mij wel een beetje aan het hart, ik probeer zo veel mogelijk mensen te helpen. Ik begeleid ook de studenten die bij ons op de laatste stage komen en binnen onze praktijken hebben we een coachproject. Dan niet alleen zo van: die casus is lastig en wat had je beter kunnen doen maar ook: hé hoe gaat het nou met je? Hoe voel je je? Kan je wel goed slapen? Heb je misschien een aanvaring gehad met een eigenaar of een collega waar je over wil praten?’

Speelt dit specifiek in de diergeneeskunde wereld?

‘Ik denk dat dit in het algemeen wel speelt maar de dierenartsenwereld is een uitdagende wereld. Het is echt een hartstikke leuk beroep, je kan er heel veel mee, Je kan er veel uithalen en het is heel variabel. Je kan opereren, specialiseren, spreekuren draaien. Je kan veel kanten uit maar het is ook een veeleisend beroep. Daar komt steeds meer aandacht voor maar ik merk bij veel studenten dat er echt een kloof zit tussen opleiding en praktijk. Ik vergelijk het dierenarts diploma met een rijbewijs, je kent de theorie, je hebt een beetje rond kunnen rijden maar in het echt is het echt iets anders. Pas in je eerste jaren als dierenarts kun je erachter komen of dat dat beroep echt wat voor jou is. Er zit ook een grote kloof tussen paraveterinair en dierenarts, ook qua salaris. Wat niet fair is want zij werken net zo hard en als je ziet dat zij net boven het startsalaris worden ingeschaald, ja dat is echt van de zotten.’

Dat is best schrijnend toch? 

‘Wij zijn niet zielig hè, laat ik dat vooropstellen maar als je kijkt naar wat je met een wetenschappelijke opleiding kan doen ten opzichte van wat je ervoor beloond krijgt dan is het echt wel een roeping. Daarom haken denk ik ook steeds meer mensen af. Ik wist waar ik aan begon, dat scheelt. Dat je niet gaat werken en dat je denkt: Wat is dit? Dat zie je toch relatief vaak, dat mensen erachter komen dat ze er niet gelukkig van worden. Als je tijdig tot die conclusie kan komen is dat confronterend en niet leuk maar dan draai je in ieder geval niet in de soep. Mensen die zich vastbijten en er na 6 tot 8 jaar pas achter komen? Ja dan is het écht naar. Er wordt nu keihard gewerkt om die beroepsgroep beter te maken maar we zijn er nog lang niet. In Amerika loopt er bijvoorbeeld een project om zelfmoord onder dierenartsen tegen te gaan. Daar is de druk nog groter omdat mensen snel naar de rechter gaan bijvoorbeeld. In Nederland zijn we iets nuchterder.’

Maak jij die aanvaringen hier in Nederland ook mee?

‘Hier heb ik ook weleens mensen gehad hoor: ‘Hoe heet jij? Dan maak ik je kapot!’

Dan moet je echt wel stevig in je schoenen staan. Ik werk al 10 jaar in het vak en ook nu word ik nog weleens met dingen geconfronteerd. Laatst nog hadden we een eigenaar die we slecht nieuws moesten vertellen, hij was hooggespannen. We hebben de politie gebeld, die stonden in de gang klaar omdat we het vermoeden hadden dat die man de boel kort en klein ging slaan als we hem gingen vertellen dat zijn hond nog maar een paar weken te leven had. Dat zijn wel dingen waar je meer en meer mee geconfronteerd wordt. In meerdere praktijken waar ik werk hebben we mensen een brief moeten schrijven: u heeft ons personeel bedreigd; u bent niet meer welkom bij ons. Dat bedenk je niet. We zien het wat meer dan vroeger, toen als je als dierenarts iets zei dan geloofde mensen dat gewoon. Nu zijn mensen kritischer, dat moet je ook zijn, maar ze zijn ook makkelijker in reacties; ik maak je kapot. Dat is ook online makkelijker geworden. Vroeger googelde ik nog weleens mijn naam, nou dat doe ik niet meer. Het klinkt nu heel dramatisch en het is écht een heel leuk beroep hoor! Maar dit is wel de mindere kant en er zijn mensen die zeggen: ik pas daarvoor.’

Dit moet je lezen

Meest gelezen