
De nieuwe iCatCare consensus geeft een prettig en actueel overzicht van hoe we diabetes bij de kat het beste kunnen benaderen. Veel herkenning voor ons in de spreekkamer en genoeg praktische aspecten om direct te gebruiken. Wij maakten een handige samenvatting voor je.
Vroege signalen blijven waardevol
We zien in onze praktijken nog altijd een duidelijke toename van diabetes bij de kat. Binnenkatten, overgewicht en een groeiende seniorengroep spelen mee. De richtlijn benadrukt hoe belangrijk het is om kleine veranderingen vroeg op te pikken.
Denk aan subtiel gewichtsverlies, meer drinken, meer plassen en eigenaren die vaker de bak moeten verschonen. Bij twijfel geeft een fructosamine of een reeks thuismetingen meestal een betrouwbaarder beeld dan een curve in de kliniek, waar stress het beeld vertekt.
De consensus verwijst ook naar het ALIVE Diabetic Clinical Score systeem, een eenvoudige manier om klinische symptomen te volgen.
Werken met insuline
Er bestaat geen universeel ‘beste’ insuline. Het gaat om wat past bij de kat en bij de eigenaar. Voor de Nederlandse praktijk blijft dit het uitgangspunt:
Geregistreerd voor katten in Nederland
- Caninsulin (porcine lente, 40 IE/ml)
- ProZinc (PZI, 40 IE/ml)
Off label via de cascade
Internationaal spelen humane insulines een grote rol en sluiten ze goed aan bij de nieuwe consensus:
- Glargine U100 (Lantus, Semglee, Abasaglar, Basaglar)
- Glargine U300 (Toujeo)
- Degludec (Tresiba)
Belangrijk detail uit de richtlijn: glargine geeft niet bewezen vaker remissie dan PZI of porcine lente. Dat was jarenlang een hardnekkige aanname, maar de consensus heeft dit genuanceerd.
Glargine wordt in Nederland ook wel gebruikt, maar minder breed dan de geregistreerde middelen. Off label kiezen betekent vooral: duidelijke uitleg aan de eigenaar, zorgen dat de insuline past bij de dagelijkse routine en natuurlijk goede verslaglegging in Animana of een ander programma waarmee je werkt.
Nog een praktische noot: Insuline hoeft niet aan de maaltijd gekoppeld te worden. Katten eten nu eenmaal gespreid, en dat past prima bij de huidige insulineprofielen.
Voeding: meer impact dan we soms denken
De richtlijn hamert op voeding, en terecht. Een koolhydraatarm dieet (≤12 procent ME) helpt snel stabiliseren en vergroot de kans op remissie. Natvoeding wordt extra benoemd als goede keuze omdat het vaak lager in koolhydraten is én verzadigender werkt.
Bij katten met overgewicht hoort gecontroleerd en geleidelijk afvallen standaard in het plan. Te snel gewichtsverlies kan leiden tot leververvetting, dus dit begeleid je stap voor stap.
SGLT2-remmers als aanvullende optie bij diabetes
SGLT2-remmers krijgen in de nieuwe richtlijn veel aandacht. Senvelgo® (velagliflozine) is via een gecentraliseerde EU-registratie goedgekeurd voor katten en is daarmee ook in Nederland een geregistreerde behandeloptie voor zorgvuldig geselecteerde, klinisch stabiele diabetische katten.
Senvelgo werkt insuline-onafhankelijk door glucose via de urine uit te scheiden. Het is bedoeld voor katten die voldoende eigen insuline produceren en geen risico hebben op euglycemische ketoacidose. Vooraf ketonen controleren blijft noodzakelijk, net als heldere uitleg aan de eigenaar over mogelijke risico’s.
Andere SGLT2-middelen zoals dapagliflozine en empagliflozine vallen volledig onder off-label humaan gebruik. Voor de meeste diabetische katten blijft insuline echter de primaire therapie, maar Senvelgo biedt in specifieke gevallen een waardevolle aanvullende route.
Continue glucosemonitoring: thuismetingen waar je echt iets aan hebt
De FreeStyle Libre is een humaan glucosemonitoringsysteem en niet specifiek ontwikkeld voor dieren. Gebruik bij katten valt dus buiten de beoogde doelgroep, maar wordt veterinair al langer veilig en breed toegepast en sluit goed aan bij de nieuwe consensus.
De voordelen zijn groot. Je krijgt trends in de thuissituatie zonder stresshyperglycemie. Sensoren blijven bij katten korter zitten dan bij mensen, maar een week thuismonitoring levert al enorm veel bruikbare informatie op.
Eigenaren moeten weten dat lage waarden soms minder precies zijn en dat een sensor eerder kan loslaten. Maar voor veel diabeten geeft continue glucosemonitoring (CGM) rust, duidelijkheid en een compleet beeld van wat er thuis gebeurt.
Remissie: kansen eerlijk benoemen
De kans op remissie is reëel, vooral wanneer we vroeg beginnen. De richtlijn benadrukt:
- glucose snel binnen redelijke range
- koolhydraatarm voeren
- gecontroleerd gewichtsverlies
- diabetogene medicatie vermijden
Het afbouwen van insuline gebeurt stapsgewijs, met metingen of CGM.
Hypersomatotropisme komt vaker voor
Hypersomatotropisme (HST) blijkt bij een veel groter deel van de diabetische katten mee te spelen dan gedacht. De richtlijn adviseert om het bij elke diabetische kat kort te bespreken.
Blijvende polyfagie, gewichtstoename of slecht te reguleren glucosewaarden zijn duidelijke momenten waarop HST actief moet worden overwogen.
Monitoren zoals het leven thuis eruitziet
De consensus benadrukt dat de kat zelf het uitgangspunt blijft: hoe hij zich thuis gedraagt en ontwikkelt, bepaalt de koers. Glucosemetingen dienen als hulpmiddel, niet als doel op zich.
👉🏻 De volledige iCatCare consensus kun je hier vinden.


