
Abortus bij schapen en geiten is al vervelend genoeg. Maar wat als de oorzaak ook mensen ziek kan maken? Chlamydia abortus, Toxoplasma gondii en Listeria zijn de meest aangetoonde zoönotische abortusverwekkers bij kleine herkauwers. Vooral voor zwangere vrouwen en mensen met een verminderde weerstand vormen ze een serieus risico.
Nationaal actieplan zet zoönosen op de kaart
Vanuit het Nationaal Actieplan Versterken Zoönosenbeleid 2022-2026 werken veterinaire en humane partijen samen om het bewustzijn over zoönosen te vergroten. GD voert in opdracht van het ministerie van LVVN het project Zoönosegeletterdheid uit, samen met het RIVM en de GGD. De focus ligt op besmettelijke abortusverwekkers bij kleine herkauwers. Juist omdat je het niet altijd ziet, wordt het makkelijk over het hoofd gezien.
Hoe komt de besmetting binnen?
Chlamydia abortus komt doorgaans het bedrijf binnen via aangekocht vrouwelijk fokmateriaal. Lastig is dat besmette dieren er vaak kerngezond uitzien. Ze zijn niet ziek en toch dragen ze de bacterie bij zich. Pas wanneer ze zelf drachtig worden, kan de infectie toeslaan. Rondom het aflammeren scheiden ze de bacterie uit en infecteren ze koppelgenoten. Zo blijft de besmetting rondgaan, vaak zonder dat de houder het doorheeft. Een eenmaal besmet koppel weer vrij krijgen is vrijwel onmogelijk.
Risico voor mensen
Chlamydia abortus kan bij zwangere vrouwen leiden tot miskramen of vroeggeboortes. Toxoplasma gondii kan bij besmetting vroeg in de zwangerschap hersen-, oog- en gehoorafwijkingen bij het ongeboren kind veroorzaken. Listeria kan longontsteking geven. Mensen met een verminderde weerstand lopen sowieso een verhoogd risico. En dat geldt niet alleen voor de veehouder. Ook gezinsleden, medewerkers en bezoekers kunnen in aanraking komen met besmette dieren of materialen.
Wanneer moet je alert zijn?
Een enkel geval van abortus hoeft nog geen alarmbellen te doen rinkelen. Maar als het verloop anders is dan normaal, is het zaak om de oorzaak te achterhalen. Bij kleine koppels is meer dan één verwerper binnen twee weken al een aanwijzing dat er iets speelt. Let ook op vroeggeboorten, doodgeboren of slappe lammeren. Dit kunnen signalen zijn van een onderliggende infectie.
Hoe stel je de oorzaak vast?
Pathologisch onderzoek is de beste manier om de oorzaak van abortus vast te stellen. De verworpen vrucht en nageboorte kunnen naar GD worden ingestuurd voor sectie. Daarnaast zijn er laagdrempeligere opties, zoals diepe keelswabs bij verworpen lammeren of vaginale swabs kort na de abortus. GD biedt hiervoor de Chlamydia Check aan. Bloedonderzoek kan worden ingezet om antistoffen aan te tonen. Omdat de interpretatie van uitslagen soms lastig is, doe je dit bij voorkeur samen met de dierenarts.
Hygiëne als sleutelwoord
De maatregelen om het risico te verkleinen zijn simpel maar essentieel. Werk met handschoenen, was je handen na contact met dieren en gebruik papieren handdoekjes. Verwijder de vrucht en nageboorte direct na de verlossing en ontsmet de plek van de abortus. Houd dieren die geaborteerd hebben apart van de rest. En heel belangrijk: houd zwangere vrouwen tijdens de aflamperiode uit de stal.
Onze rol als dierenarts
We staan in de kraamstal, assisteren bij verlossingen en adviseren houders. Daarmee zitten we op een belangrijke plek als het gaat om het signaleren van zoönosen én de voorlichting erover. Het Keurmerk Zoönosen is een handig instrument om samen met de houder de risicofactoren in kaart te brengen. Bij een afwijkend aantal abortussen geldt een meldingsplicht bij de NVWA.


