
De uitbraken van Newcastle disease in onze buurlanden stapelen zich op. Polen en Duitsland worden hard getroffen, en de dreiging voor Nederland groeit. Reden voor de Gezondheidsdienst voor Dieren om een concrete stap te zetten: bloedmonsters worden voortaan verder doorgetitreerd. Wat betekent dat in de praktijk, en waarom is het nu relevant?
Wat is NCD ook alweer?
Newcastle disease (NCD), in Nederland ook bekend als pseudovogelpest, is een ernstige virale ziekte bij pluimvee. Het virus, aviair paramyxovirus type 1 (APMV-1), treft met name kippen en kalkoenen. Virulente stammen kunnen leiden tot acute sterfte, neurologische verschijnselen, ernstige productiedalingen en uitval tot 100 procent. Net als vogelgriep is NCD aangifteplichtig en bestrijdingsplichtig: besmette bedrijven worden geruimd en rondom uitbraken gelden zones van 3 en 10 kilometer met vergaande beperkingen. Ook de exportpositie van pluimveeproducten komt bij uitbraken direct onder druk te staan.
In Nederland worden alle commercieel gehouden kippen en kalkoenen verplicht gevaccineerd.
De situatie in Europa
De epidemiologische kaart in Europa ziet er zorgelijk uit. In Polen woedt al langere tijd een groot aantal uitbraken met genotype V.II, zowel bij commercieel als hobbymatig gehouden pluimvee. Ondanks een verplicht vaccinatieprogramma dat in 2025 werd ingevoerd, is de situatie er anno mei 2026 nog verre van onder controle. Sindsdien is het virus overgeslagen naar Duitsland, waar inmiddels meer dan vijftig uitbraken zijn bevestigd. Opvallend: ook bij deels gevaccineerde koppels vinden infecties plaats. Daarnaast zijn in 2026 meerdere uitbraken gemeld in Spanje.
De dreiging voor Nederland is daarmee concreet en actueel.
Waarom verder doortitreren?
Bij het standaard bloedonderzoek na vaccinatie titreerde GD bloedmonsters tot en met titer 7. Dat was jarenlang voldoende, omdat de dreiging vanuit het buitenland beperkt was. Maar titer 7 is een grens, geen eindpunt: dieren met een uitslag van titer 7 kunnen in werkelijkheid een aanzienlijk hogere titer hebben.
Voor langlevend pluimvee, zoals leghennen, vermeerderingsdieren en kalkoenen aan het einde van hun ronde, zijn hoge titers van minimaal 9 tot 10 nodig om goed beschermd te zijn tegen NCD. Doortitreren tot titer 11 geeft inzicht in of die bescherming daadwerkelijk aanwezig is.
Vanaf mei 2026 onderzoekt GD bloedmonsters daarom standaard verder tot titergroep 11. Aan de doortitratie zijn geringe meerkosten verbonden.
Wat zegt de titer bij vleeskuikens?
Bij vleeskuikens zijn de titers na vaccinatie doorgaans lager dan bij langlevend pluimvee, vanwege de kortere levensduur en het minder frequente vaccinatieschema. Juist daarom is een hoge titer hier een signaal: als er waarden boven titer 7 worden gevonden, kan dat erop wijzen dat dieren in contact zijn gekomen met een NCD-veldvirus en dat er veldvirussen in Nederland circuleren. Ook voor vroege signalering is doortitreren bij vleeskuikens dus waardevol.
Wat levert het op?
Als uit het onderzoek blijkt dat de huidige vaccinatieschema’s onvoldoende bescherming bieden, bijvoorbeeld door vaccinatiefouten, immuunsuppressie of een suboptimaal schema, kan daar direct op worden bijgestuurd. Zo draagt de maatregel bij aan een gerichte en onderbouwde aanpak van NCD-preventie op bedrijfsniveau.


