
Paarden reizen dagelijks door heel Nederland. Van pensionstal naar training, van wedstrijd naar dierenarts en weer terug. Bij een uitbraak van een besmettelijke dierziekte wordt die mobiliteit plotseling het grootste probleem. Overheid en sector trekken daarom samen op om de Identificatie & Registratie van paarden verder op orde te krijgen.
Traceren lukt alleen als de registratie klopt
Wanneer er een besmettelijke dierziekte uitbreekt, wil de NVWA binnen uren weten welke paarden mogelijk contact hebben gehad met besmette dieren. Dat vraagt om een registratiesysteem dat actueel en volledig is. De Sectorraad Paarden verwoordt het helder: “Bij dierziektes ben je afhankelijk van elkaar. Goede registratie is daarom niet alleen een individueel belang, maar een verantwoordelijkheid van de hele sector.”
De praktijk laat een wisselend beeld zien. Professionele paardenbedrijven en actieve wedstrijdruiters hebben hun I&R-zaken doorgaans op orde. De groep die structureel buiten beeld blijft, is de particuliere hobbyhouder met één of twee paarden in de wei. Precies daar ligt nu de focus van de gezamenlijke aanpak van het ministerie van LVVN, de RVO, de NVWA en de Sectorraad Paarden.
Wat er verandert per 1 juli 2026
Naast de bewustwordingscampagne staat er een concrete systeemwijziging op de agenda. Vanaf 1 juli 2026 mogen alleen nog door de minister aangewezen Gemachtigde Instanties standaard paardenpaspoorten controleren, registreren en bezorgen. Voor uitgebreide paspoorten, uitgegeven door stamboek- en sportorganisaties, verloopt de controle en bezorging eveneens via zo’n Gemachtigde Instantie. De actuele regels en achtergronden vind je op de website van de RVO.
Dierenartsen als natuurlijk aanspreekpunt
De betrokken partijen richten zich op communicatie via paardenmedia, evenementen en erfbetreders om meer paardenhouders te bereiken. Dierenartsen worden daarin nadrukkelijk genoemd. Volgens de betrokken organisaties ligt de grootste uitdaging inmiddels niet meer bij professionele paardenbedrijven of wedstrijdruiters, die zijn grotendeels geregistreerd. De focus ligt nu op particuliere houders die minder actief betrokken zijn bij de georganiseerde paardensector. Dat is precies de groep waarbij wij als dierenartsen regelmatig over de vloer komen en waar de vertrouwensrelatie met de eigenaar langs andere kanalen moeilijk te evenaren is.
Eerste resultaten zijn zichtbaar
De intensievere samenwerking begint resultaat op te leveren. Het aantal registraties is de afgelopen periode toegenomen, mede doordat bij veulenregistratie tegenwoordig verplicht een UBN-nummer moet worden opgegeven. De betrokken organisaties benadrukken dat verdere inzet nodig blijft, met name om particuliere houders en locaties volledig in beeld te krijgen. Hoe beter de registratie op orde is, hoe sneller er bij een uitbraak van bijvoorbeeld rhinopneumonie of equine infectieuze anemie gericht gehandeld kan worden.


