donderdag 25 juli 2024

Zelfvertrouwen heb je nooit teveel, zeker niet in de dierenartspraktijk

Zelfvertrouwen in de diergeneeskunde is essentieel. Maar ook buiten de diergeneeskunde is het enorm handig. Tijd om er eens in te duiken, want veel veterinaire professionals willen graag wat meer zelfvertrouwen hebben. Wat is zelfvertrouwen, hoe zorg je dat je het krijgt en hoe zorg je dat het op peil blijft?

Kort gezegd is zelfvertrouwen het vertrouwen in je eigen kunnen. Het betekent dat je een realistische kijk hebt op wat je kunt en gelooft dat je taken en hindernissen aankunt. Dit betekent ook dat je zelfbeeld een rol speelt in je zelfvertrouwen. Het is oké zijn met wie je bent, inclusief de acceptatie van wat je niet weet of kunt. Zelfvertrouwen is dus een combinatie van wat je kunt (vaardigheid) en hoe je jezelf ziet (waardigheid). Daarmee is de formule als volgt: zelfvertrouwen = vaardigheid + waardigheid.

Zelfvertrouwen krijgen en behouden betekent dus zorgen voor beide aspecten. Als het gaat om vaardigheid, is het een kwestie van oefenen, doen, doen, doen, en routine ontwikkelen. Vaak weten we heel goed of we iets kunnen of niet, en hebben we een goed beeld van onze grenzen. Stel dat een patiënt met een complexe aandoening binnenkomt en je bent alleen in de kliniek. Verwijs je door of ga je aan de slag? Beide keuzes zijn goed, want je helpt het dier en de eigenaar naar eer en geweten.

Zelfvertrouwen komt vooral neer op waardigheid. Durf jij, als je er alleen voor staat, te beslissen of je iets wel of niet kunt? Waardigheid is een menselijk concept, puur gedachten. Het is een oordeel of zienswijze in je hoofd. Een hond twijfelt niet of hij zijn eten wel waard is, waarom jij wel?

We zijn net Rupsje Nooitgenoeg; we willen altijd maar meer en meer doen, kunnen en presteren. Als we de ene studie klaar hebben, willen we de volgende doen. Als we een huis hebben, willen we een groter huis. Als we 500 volgers hebben, willen we er 5000. Maar wat blijkt? Als je hebt wat je wilde, is dat weer niet genoeg en het geeft je ook niet meer zelfvertrouwen.

Het draagt niet bij aan eigenwaarde. Eigenwaarde betekent dat je je niet constant hoeft te bewijzen aan jezelf en/of anderen. Je doet de dingen omdat ze belangrijk voor je zijn, omdat je er plezier in hebt en ervan geniet. Dat is pas echt werkgeluk.

Hoe bouw je eigenwaarde op? Daar gaan we de volgende keer dieper op in.

Dit moet je lezen

Meest gelezen