
“Een vliegende kraai vangt altijd wel wat” zei mijn moeder – ze vond mij een irritante vliegende kraai omdat ik van hot naar her rende en dan steeds met manke eendjes, zielige vanalleswats tot en met losgebroken paarden thuiskwam.
Als je gaat spitten in een dossier, een zaak, een casus, een beleid of wat dan ook, dan vind je iets. Misschien is er iets net niet duidelijk genoeg, of te laat gesproken over de mogelijkheid van een opnamekliniek. Misschien is in de spoedsituatie niet duidelijk genoeg gesproken over het narcoserisico (alsof er een keuze was), misschien leek de gewone diarree onschuldig en bleek een paar dagen later dat dat niet zo was, misschien… misschien.
Dat is dan in de diergeneeskunde. Die staan daar niet alleen in. Als je in humane dossiers gaat spitten ga je vast ook wel iets vinden wat anders had gekund of gemoeten. Iets wat net niet goed stond opgeschreven. Een communicatiestoornis tussen internist en chirurg. Een vergeten terugbelverzoekje. Kan. Ook het OM en de belastingdienst worden wel eens teruggefloten door een rechter omdat ze een fout maken, tot en met zoiets ‘kleins’ als het vergeten van een datum of een handtekening. Hoe vaak het fout gaat zonder dat er een rechter aan te pas komt weten we niet. Wat zeg ik, ook in rechtspraak vind je wel eens fouten.
Al vliegend is er wel wat te vinden en mede daarom is een tuchtzaak voor dierenartsen stressvol. Was het wel goed genoeg? Heb ik wat ik die avond heb gezegd volledig opgeschreven? Vast niet, want je was druk bezig, en we wilden van dierenartsen toch niet de hulpverleners maken die alleen nog maar op een beeldscherm kijken? Die eigenaar deed nogal lelijk maar dat hebben we uit fatsoensoverwegingen niet in de kaart gezet. Kan ik nog bewijzen dat ze dreigden mijn vingers af te hakken?
Ik vind dat lastig, vooral bij tuchtzaken. Ik weet zeker dat alle dierenartsen die ik zelf bijsta in een klacht hebben gedaan wat ze konden, zelfs als de eigenaar eerst niet op consult kwam, toen tegenstribbelde, onderzoek weigerde (want jullie zijn allemaal geldwolven), en het dier gromde, blies, beet, krabde en sloeg. Als de eigenaar dan niet tevreden is, kan er zomaar een tuchtklacht uitrollen. En dan begint de angst. Misschien vinden “ze” wel iets. Dat kan. En dan? Dan kan je misschien een waarschuwing, of strenger, een berisping krijgen. Bij gezelschapsdieren komt het bijna nooit verder dan dat, maar de klager roept dan juichend op de socials dat deze dierenarts lekker puh een kruisje achter de naam heeft, hoera, gerechtigheid voor Poekie.
De dierenarts zit intussen meer dan een jaar in de stress. En dat is jammer, want iedereen die ook maar een greintje van gedrag weet, weet dat stress het leren belemmert. Terwijl het over leren zou moeten gaan. Bij gegronde klachten zeker maar ongegronde klachten zijn minstens zo interessant. We drijven nu richting meer defensief werken, en ik vraag me af of we daar het juiste van leren.
Tuchtrecht is een groot goed; je moet er niet aan denken dat alle klachten over dierenartsen naar het strafrecht of civiel recht verhuizen, brrr. Bovendien zijn er in het Veterinair Tuchtrecht ook zaken die echt wel een kleine of grotere schande zijn voor de mooie beroepsgroep. Dat gaat uiteraard over anderen…..
Misschien stuurt het woord ‘tucht’ al teveel richting stress en straf? Moeten we het meer inrichten naar incasseren en leren? Dan hebben we er allemaal baat bij. En als er een diersoort is die goed is in leren, dan zijn het wel kraaien.


