maandag 16 februari 2026

“Veterinaire dienstplicht” – niet leuk, wel nodig

Stel je voor dat de brandweer zou zeggen: “Wij zijn er alleen van negen tot vijf. Buiten die tijden zoekt u het maar uit.” Onvoorstelbaar, toch? Maar in de diergeneeskunde is dat steeds vaker de realiteit. En dat schuurt, want practicus zijn betekent méér dan werken binnen openingstijden.

Steeds moeilijker

De huidige situatie is niet lang meer houdbaar. Spoeddiensten komen terecht op de schouders van een relatief kleine groep collega’s en een beperkt aantal spoedklinieken. Vooral ’s avonds en ’s nachts krijgen zij alles over zich heen. En laten we eerlijk zijn: juist op die momenten melden zich niet altijd de meest goed voorbereide of realistische baasjes. Dat vraagt veel van teams, zowel inhoudelijk als mentaal.

Dat jonge collega’s de diensten spannend en stressvol vinden, snap ik maar al te goed. Ik heb zelf dertig jaar lang dienst gedraaid en weet: de avond en nacht vormen een wereld op zich, vol bijzondere gevallen en minstens zo kleurrijke paradijsvogels. Maar stress en spanning zijn geen reden om iemand vrij te stellen van diensten. Het is juist een reden om goed op te leiden, te begeleiden en samen verantwoordelijkheid te dragen. Dienst doen leer je niet door het te vermijden, maar door het te dóen, met ondersteuning van ervaren collega’s.

Wat mij bovendien stoort, is het schisma dat lijkt te ontstaan. Klinieken die buiten openingstijden alles doorverwijzen, profileren zich overdag als “onafhankelijk”, terwijl ze ’s nachts leunen op spoedklinieken die vaak onderdeel zijn van ketens. Dat wringt. Je kunt niet profiteren van een systeem waar je zelf niet aan bijdraagt.

Het hebben van plichten is een recht

Daarom pleit ik voor wat ik “veterinaire dienstplicht” noem. Het recht om diergeneeskunde uit te oefenen gaat wat mij betreft hand in hand met de plicht om er ook buiten kantoortijden te zijn. Voor álle praktiserende dierenartsen. Eerstelijns én specialist. En voordat u in de weerstand vliegt… natuurlijk zijn er uitzonderingen, zoals zwangerschap, tijdelijke arbeidsongeschiktheid of aantoonbaar niet in staat zijn om diensten te draaien. Daar moet natuurlijk ruimte voor zijn. Dienstplicht is geen dogma, maar een gezamenlijke verantwoordelijkheid.

Een simpele rekensom laat zien dat het heel overzichtelijk kan zijn. Met mijn collega’s verdeel ik de diensten in Nijmegen. Een stad van ongeveer 190.000 inwoners. Dat is grofweg 1/100 van de Nederlandse bevolking. Deze groep is door één dierenarts te behappen. Dus dat betekent dat we nachtelijks in Nederland zo’n 100 gezelschapsdierenartsen nodig hebben om de dienst voor gezelschapsdieren rond te krijgen. Als er ongeveer 3.000 praktiserende gezelschapsdierenartsen zijn (bron: Wikipedia), dan betekent dat voor iedereen ongeveer één dienst per dertig dagen, ofwel één per maand. Dat is toch te overzien?

Samen, samen, samen…

Samenwerking is ook hier het sleutelwoord. Door structureel samen te werken in belastende regio’s, verdelen we de druk. Geen krenten uit de pap vissen, maar samen dragen. Dat is eerlijker, duurzamer en uiteindelijk beter voor dieren, eigenaren én alle diergeneeskundige professionals.

Wie bij defensie gaat werken, weet dat in oorlogstijd een inzet in een strijdgebied mogelijk is. Brandweermensen weten dat oudjaarsnacht erbij hoort. Politie, ambulancezorg, huisartsen en andere zorgverleners werken allemaal ’s avonds, ’s nachts en in het weekend. Dienstverlening betekent dienst doen. Niet leuk, wel nodig.

Veterinaire dienstplicht klinkt misschien streng, maar ik ben ervan overtuigd dat het uiteindelijk verlichting zal geven. Voor iedereen. En misschien nog belangrijker: het herinnert ons aan de kern van ons vak. We zijn er voor dieren. Altijd. Ook als het donker is.

Dit moet je lezen

Meest gelezen